BEROEPSDERMATOSEN BIJ BAKKERS

 

 

 

Inleiding

 

Eczemateuze huidletsels bij bakkers worden vaak toegeschreven aan contactallergische mechanismen.  Meer frequent echter zijn irritatieve dermatitis, alsook contacturticaria en/of proteine contactdermatitis.  Naast huidreacties kunnen soms conjunctivitis, rhinitis en respiratoire klachten optreden, te wijten aan een type I overgevoeligheid voor bloem en/of enzymes.

Atopici vormen een belangrijke risicogroep.

 

 

1.  Irritatiedermatitis

 

Irritatieve substanties zoals vochtig deeg, enzymes in bloem, zuren, bleekmiddelen, zoet-middelen, aromatische stoffen, kruiden, emulgatoren, fruitsappen, zepen en detergenten, enz. vormen veruit de belangrijkste oorzaak van handdermatosen.  Ze kunnen aan de basis liggen van huidletsels of een bestaande dermatose verergeren of onderhouden.

 

 

2.  Contactallergie

 

De meeste contactallergische reacties komen voor op additieven in brood en patisserie.  De toegelaten voedingsadditieven zijn weergegeven in richtlijn 95/2/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 20 februari 1995 (cfr. tabel).  Deze regeling is geldig in de hele EEG, met uitzondering van Groot-Brittannië.

 

Naast deze additieven kunnen reacties eveneens voorkomen op (6-8):

 

-   Aromatica: anijs, cardamon, kaneel, gember, vanille, kruidnagel, enz. (vaak kruisallergie met fragrance-mix, perubalsem, limoneen, vanilline).

-   Kleurstoffen in voeding: azo-verbindingen.

-   Nikkel in metalen voorwerpen.

-   Rubberen handschoenen: mercaptobenzothiazole en derivaten, thiuram- en carbaderivaten, diaminodifenylmethaan.

 

Toegestane additieven in brood en patisserie die contactallergie kunnen veroorzaken:

 

-       Ascorbinezuur, natrium- en calciumascorbaat.

-       Alfa-, gamma- en delta-tocoferol.

-       Sorbinezuur, kalium- en calciumsorbaat.

-       Zwaveldioxide, natrium- en calciumsulfiet, natrium-, kalium- en calciumbisulfiet, natrium- en kaliummetabisulfiet (toegestaan in taartvulling op basis van vruchten).

-       Propyl-, octyl- en dodecylgallaat.

-       Butylhydroxyanisol.

-       Butylhydroxytolueen.

 

 

3.  Contacturticaria

 

Urticariële reacties kunnen uitgelokt worden door contact met fruit (kiwi, banaan), verbeteraars (Aspergillus orzae en Bacillus subtilis), natrium pyrosulfiet of metabisulfiet (= anti-oxidans), sorbinezuur (bewaarmiddel in bloem), ammoniumpersulfaat (= bleekmiddel in bloem; nu verboden) en latex (in natuurlijke rubberen handschoenen).  De diagnose wordt meestal bevestigd door een open test (applicatie op de huid) en indien negatief een pricktest met aflezing na enkele minuten.

 

 

4.  Proteine contactdermatitis

 

Proteine contactdermatitis (3) komt vaker voor dan contactallergie en is een combinatie van onmiddellijke (type I) en laattijdige (type IV) reacties, die zich uit onder vorm van een chronisch eczeem, met acute opflakkeringen enkele minuten na contact met het oorzakelijk allergeen.  Bij ingestie kunnen extracutane symptomen voorkomen zoals prikkeling in de mond, angio-oedeem en gastro-intestinale klachten.  Indien het allergeen in de lucht aanwezig is, kan het allergische rhinoconjunctivitis en astma uitlokken.  Deze allergenen zijn proteïnen en kunnen in 4 groepen ingedeeld worden: fruit en groenten; kruiden en planten; dierlijke proteïnen (ei, kaas, ...); granen (tarwe, meel, ...); enzymes (alfa-amylase, ...) (4, 5).  De diagnose van een proteine contact-dermatitis gebeurt aan de hand van een prick- of scratchtest met het materiaal als zodanig.  Bij een positieve reactie verschijnt er meestal na een aantal minuten een urticariële kwaddel.  Een laattijdige positieve reactie (na 1 à 2 dagen) wordt slechts zelden waargenomen.  Soms kunnen in het serum specifieke IgE antistoffen worden teruggevonden (RAST-tests).

 

 

5.  Eigen onderzoeksresultaten

 

Van de 12162 patiënten getest op de dienst Contactallergie-Dermatologie U.Z. Leuven tussen 1 januari 1978 en 31 augustus 1997, waren er 167 bakkers en/of verkopers in bakkerswinkels.  Bij 88 van hen achtte men het beroep verantwoordelijk voor de dermatose: bij 43 van de 58 bij wie minstens 1 positieve test (patch en/of scratch) teruggevonden werd, was er een duidelijke relevantie tussen de dermatose en het bakkersberoep.  Bij 24 was irritatie een belangrijke factor bij het ontstaan, onderhouden en verergeren van de dermatose; eveneens bij 24 was er een positieve persoonlijke en/of familiale voorgeschiedenis van atopie.

 

Contacturticaria en/of proteine contactdermatitis werd gevonden bij 31 van de 43 patiënten, met positieve prick- of scratchtesten: 28 reacties op bloem, 9 op alfa-amylase, 8 op kiwi en 1 op eiwit en eigeel.  Bij een aantal van deze 31 patiënten werden ook specifieke IgE antistoffen bepaald (RAST) met volgende resultaten: 17 keer op bloem, 5 keer op alfa-amylase en 4 keer op kiwi.  Bij één patiënt werd er, naast een onmiddellijke reactie en een positieve RAST-test, ook een laattijdige reactie gezien op bloem en alfa-amylase.

 


Contactallergische reacties werden weerhouden bij 17 patiënten: nikkel 5 keer en kobalt 1 keer (aanwezig in metalen voorwerpen; relevantie niet altijd duidelijk); anti-oxidantia (5 keer dodecylgallaat, 2 keer octylgallaat, 2 keer butylhydroxytolueen); vetten; bewaarmiddelen (1 keer sorbinezuur en kaliumsorbaat); aromatica: kaneel, kaneelalcohol, kaneelaldehyde, amyl-cinnamaat, eugenol, citroenolie, vanilline (onderling vaak kruisallergie); rubberderivaten (vb. parafenyleendiamine, diaminodifenylmethaan) en kleurstoffen in voeding (azo-verbindingen) (elk 1 keer).

 

 

Lokalisatie van de letsels

 

De dermatitis lokaliseerde zich vnl. ter hoogte van de vingers, de interdigitale ruimten en de handruggen.  De handpalmen, de polsen en de voorarmen waren soms ook aangetast, meestal met een symmetrische distributie (links = rechts).  Ook ter hoogte van het gelaat (vnl. oogleden) werden af en toe letsels gezien, te wijten aan een airborne factor.  Overige lokalisaties waren zeldzamer.

 

 

Besluit

 

Naast allergische rhinitis en astma kunnen bij bakkers verschillende dermatosen voorkomen die gecorreleerd zijn aan het beroep.  Atopici vormen een risicogroep, zowel voor het ontwikkelen van huidsymptomen als andere klachten.  Het meest voorkomend is een irritatie dermatitis ter hoogte van de handen, gevolgd door contacturticaria en/of proteine contactdermatitis optreden, vooral op bloem, alfa-amylase en kiwi.  Een allergisch contacteczeem wordt gezien, vooral op aromatica, anti-oxidantia, metalen of rubber toevoegstoffen.

 

 

Referenties

 

1.        Fisher AA.  Hand dermatitis - A “baker’s dozen”.  Cutis 1982, 29:216-221.

2.        Tacke J et al.  Occupational contact dermatitis in bakers, confectioners and cooks.  Contact Dermatitis 1995, 33:112-117.

3.        Janssens V et al.  Protein contact dermatitis: myth or reality?  British J. Dermatol. 1995, 132:1-6.

4.        Morren MA et al.  Alfa-amylase, a flour additive: an important cause of protein contact dermatitis in bakers.  J. Am. Acad. Dermatol. 1993, 29:723-728.

5.        Kanerva L et al.  Occupational allergic contact urticaria from fungal but not bacterial alfa-amylase.  Contact Dermatitis 1997, 36:306-307.

6.        Fisher AA.  Allergic bakers' dermatitis due to benzoyl peroxide.  Cutis 1989, 43:128-129.

7.        Vincenzi C et al.  Contact dermatitis due to an emulsifying agent in a baker.  Contact Dermatitis 1995, 32:57.

8.        Gola M et al.  Allergic contact dermatitis in a pastry cook.  Contact Dermatitis 1989, 21:57.