"COMPOUND ALLERGY"

 

 

 

Inleiding

 

Afgewerkte producten zoals cosmetica, farmaceutische topica en allerlei industriële producten veroorzaken soms een allergische contactdermatitis en een positieve patchtest reactie terwijl de ingrediënten, afzonderlijk getest, volledig negatief blijven.  Op het eerste zicht beantwoordt dit aan de definitie van "compound allergy" zoals ze geformuleerd werd door Calnan (1), waarbij het allergeen resulteert uit een associatie van twee of meer substanties.  Voorbeelden uit de literatuur betreffen desinfectantia, shampoos, contactlensvloeistoffen, smeeroliën en tal van farmaceutische topica (vb. 2, 3).

 

 

"Compound" allergie in "brede" zin

 

Er bestaat zeker geen twijfel aangaande het feit dat synergisme of interacties tussen verschillende ingrediënten in een afgewerkt product kunnen optreden.  Het verantwoordelijk agens kan immers een bijkomende factor nodig hebben om "actief", in casu "allergiserend" te werken.  Het excipiens waarin een allergeen zich bevindt of de aanwezigheid van een penetratieverhogende stof kan de penetratie van een gelijktijdig aanwezig allergeen doorheen de hoornlaag verhogen waardoor een contactallergie tot uiting komt.  Zo kennen we stoffen zoals salicylzuur, dimethyl-sulfoxide en propyleenglycol die bij patchtesten gebruikt worden om de penetratie van toegevoegde substanties te verhogen.  Zo wordt ook natriumlaurylsulfaat gebruikt in zgn. provocatieproeven of maximisatietesten teneinde het allergiserend vermogen van nieuwe molecules te evalueren.  (Toevoeging van bepaalde solventen, bepaalde stoffen zoals keratolytica en emulgatoren wordt ten andere vaak aangewend om de biologische beschikbaarheid van de actieve ingrediënten te verhogen in de lokale farmaceutische therapie.)  Deze stoffen werken in op de huidbarrière waardoor in feite een "fysisch synergisme" tot stand komt.

In ruime zin zou de term "compound allergy" ook voor hoger vernoemde interacties kunnen gebruikt worden (en dit is het geval geweest in verschillende publicaties).  Deze term is hier echter niet helemaal op zijn plaats vermits men niet kan spreken over een "nieuw gevormd allergeen".  Hieronder zullen de verschillende mogelijkheden van "interacties" tussen verschillende ingrediënten verder besproken worden.

 

 

1.  "Compound" allergie in "strikte" zin

 

Het verschijnen van een nieuw allergeen resulterend uit de combinatie van meerdere ingrediënten, kan beschouwd worden als een "scheikundig synergisme".  De enige manier om een compound allergie, in strikte zin, aan te tonen bestaat dan in het uitvoeren van epicutane lapjesproeven met verschillende concentraties en verschillende combinaties van alle ingrediënten aanwezig in de formulatie van het eindproduct.  Het mooiste voorbeeld ooit aangetoond is dit van Smeenk en medewerkers in Nederland in verband met Hirudoïd®.


Deze auteurs konden aantonen dat het allergeen gevormd werd uit 2 conserveermiddelen aanwezig in Hirudoïd® (doch spijtig genoeg niet geëtiketteerd wat nochtans verplicht is door de Belgische wetgeving!) (4), nl. een reactieproduct: "3-hydroxyethyl-5-methyl-8-2methylethyl-3,4-dihydro-2H-1,3 benzoxazine" ontstaan door interactie van thymol met degradatieproducten afkomstig van een formaldehyde releaser (Grotan BK of 1,3,5-trihydroxyethylhexahydrotiazine).  Dit benzoxazinederivaat, verdund 0.01 % in water, reageerde ook bij verschillende van onze patiënten met een contactallergie voor Hirudoïd®, fors positief.  Het schijnt hier te gaan om een sterk allergeen, gezien deze auteurs primaire sensibilisatiereacties induceerden bij controle-personen aan de hand van een concentratie van 0.04 %.

 

 

2.  Irritatiereacties

 

Gezien het vaak uiterst moeilijk is irritatie en allergische reacties te differentiëren, lijkt het zeer waarschijnlijk dat verschillende literatuurrapporten aangaande "compound allergy" een irritatie-reactie of vals positieve testen betreffen.  Een mengsel bestaande uit onschadelijke producten kan een synergisme teweegbrengen waardoor een huidirritatie tot stand komt; in dit geval reageert de huid op een overdreven doch aspecifieke manier.

Producten zoals bepaalde farmaceutische topica (vb. met fenylkwik-derivaten), cosmetica (vb. reinigingscrèmes en lotions), industriële producten (vb. bepaalde vetten) zijn immers marginaal irriterend onder occlusie.  Irritatiereacties doen zich vaak voor wanneer de patiënt bij het testen nog eczeemletsels vertoont, dit in het kader van een "angry back" fenomeen of "excited skin syndrome".  Zo kan de applicatie van cosmetica op een gevoelige huid van het gelaat irritatie-reacties teweegbrengen, verkeerdelijk beschouwd als een contactallergie.  Fisher heeft hierbij de term "status cosmeticus" (5) geïntroduceerd, duidend op een aspecifieke irritatie, teweeggebracht door bepaalde componenten zoals vb. bepaalde emulgatoren of bepaalde conserveermiddelen (zoals sorbinezuur).

 

 

3.  Inadequaat testen

 

Een tweede, en wellicht meer voorkomende, oorzaak van een valse "compound" allergie bestaat in het inadequaat testen van de verantwoordelijke afzonderlijke ingrediënten.  Hierbij kan het vehiculum verkeerd zijn, de testconcentratie te laag zijn of allebei.  Vaak is de biologische beschikbaarheid van een component verdund in vaseline, veel lager dan in het afgewerkt product waar men via bepaalde toevoegstoffen de penetratie optimaal heeft gemaakt.

In dat geval kan een gebruikstest (in het engels "usage test" of "Repeated Open Application Test" (ROAT)) met de vermoedelijke ingrediënten nuttig zijn.

 

 


4.  Niet vermelde additieven

 

Niet vermelde additieven zoals solventen, conserveermiddelen, anti-oxidiantia of zonnefilters vormen eveneens een bron van frustraties en voorbarig gebruik van de term “compound allergy”.  Vaak heerst er ook onwetendheid bij de verdeler of zelfs de fabrikant van het product.  Zo wordt vb. formaldehyde gebruikt om shampoogrondstoffen zoals laurylethersulfaten te bewaren, doch de aanwezigheid ervan wordt nooit vermeld.  (Allergische reacties te wijten aan minimale hoeveelheden formaldehyde zijn mogelijk).  Smeenk en medewerkers toonden in 1972 aan dat het niet-vermelde bewaarmiddel chlooracetamide voorheen de oorzaak was van Hirudoïd® allergie.  Zo konden wij ook in het verleden aantonen dat een patiënte, gesensibiliseerd door chlooracetamide-bevattende lijm, vervolgens reageerde op cosmetica waarin hetzelfde conserveermiddel (onvermeld) toegevoegd was aan de verwerkte plantenextracten.  (Chloor-acetamide is ten andere een allergeen dat uit verschillende cosmetica werd weggelaten omwille van sensibiliserende eigenschappen en dit vanaf zeer lage concentraties.)

 

 

5.  Onzuiverheden of afbraakproducten

 

Ook onzuiverheden of afbraakproducten kunnen een "valse" compound allergy veroorzaken.  De zuiverheid van grondstoffen, gebruikt in de farmacie, in cosmetica en zeker in industriële producten is nooit 100 %.  Bovendien zijn er degradatiereacties mogelijk gedurende de stockage.  Vandaar dat een contaminant niet constant aanwezig in alle lotnummers van een bepaald product, aan de basis kan liggen van een allergische reactie.  De "batch consciousness" is dus van groot belang.  Zo kon Church in 1960 aantonen dat allergische reacties aan hydrocortisone te wijten waren aan het 21-diol acetaat, een precursor gevormd tijdens de synthese van hydrocortisone-acetaat (6).  Zo kunnen ook polycyclische aromatische koolwaterstoffen de oorzaak zijn van uitzonderlijke contactallergische reacties voor vaseline, dit bij ulcus cruris patiënten die zich gemakkelijk voor topica sensibiliseren.  Uit onze onderzoekingen bleek dat er grotere hoeveel-heden van deze allergenen aanwezig waren in gele dan in witte vaseline binnen hetzelfde merk, doch dat er een groot kwantitatief verschil bestond tussen de merken onderling (7).

 

 

Besluit

 

Elke patiënt die lijdt aan een contactallergie verdient dat het verantwoordelijk allergeen gevonden wordt, teneinde dit uit zijn omgeving te kunnen weren.  Verschillende ingrediënten aanwezig in een eindproduct kunnen elkaars allergiserend vermogen beïnvloeden.  Het fenomeen "compound allergy" in strikte zin, d.w.z. vorming van een nieuw allergeen door scheikundige interactie van bepaalde ingrediënten onderling, is zeldzaam en het onderzoek naar de oorzaak is moeilijk (8).

 

 


Referenties

 

1.    Calnan CD.  Compound allergy to a cosmetic.  Contact Dermatitis 1975, 1:123.

2.    Kellett JK, King CM, Beck MH.  Compound allergy to medicaments.  Contact Dermatitis 1986, 14:45-48.

3.    Cox NH, Moss C, Hannon MF.  Compound allergy to a skin marker for patch testing: a chromatographic analysis.  Contact Dermatitis 1989, 21:12-15.

4.    Smeenk G, Kerckhoffs HPM, Schreurs PHM.  Contact allergy to a reaction product in Hirudoid® cream: an example of compound allergy.  Br. J. Dermatol. 1987, 116:223-231.

5.    Fisher AA.  Contact Dermatitis 3th Edition.  Lea & Febiger 1986, pp. 81-82.

6.    Churh R.  Sensitivity to hydrocortisone acetate ointment.  Br. J. Dermatol. 1960, 72:341-344.

7.    Dooms-Goossens A, Degreef H.  Contact sensitivity to petrolatums (III): Allergenicity prediction and pharmacopoeial requirements.  Contact Dermatitis 1983, 9:332-359.

8.    Bashir S. et al.  Compound allergy: an overview.  Contact Dermatitis 1997, 36:179.