Deodorants zijn preparaten
welke transpiratiegeuren maskeren, elimineren of verminderen, of hun
ontwikkeling verhinderen. Zij werken in
op de bacteriële flora die vnl. verantwoordelijk zijn voor de vorming van
geurstoffen uit het gesecreteerde en geurloze zweet.
1. Anti-bacteriële middelen: metaalzouten zoals aluminium- en zinkverbindingen; bisfenolen (vnl. hexachlorofeen) en andere fenolen zoals parachloormetaxylenol; verder trichloor-carbanilide, triclosan, eventueel quaternaire ammoniumverbindingen, ...
2. Absorberende
stoffen waarvan sommige op selectieve wijze de onaangenaam ruikende vluchtige
molecules opslorpen, vb. anti-oxidantia zoals vitamine E en BHA, en
zink-ricinoleaat.
3. Andere
ingrediënten: deze verschillen naargelang het type van het product.
1. Poeders: bevatten meestal anti-bacteriële middelen zoals hexachlorofeen en grondstoffen zoals kaolin en talk, eventueel cetylalcohol en een parfum. Deodorant voetpoeders bevatten bovendien adstringerende (vb. aluin) en/of anti-schimmel middelen (vb. undecycleenzuur of propionzuur-derivaten).
2. Vloeistoffen
(eventueel in aërosolvorm): bevatten anti-bacteriële middelen zoals quaternaire
ammoniumzouten opgelost in water of ethanol, waaraan een bevochtiger en parfum
is toegevoegd. In aërosols vindt men
meestal watervrije alcoholische oplossingen van zinkfenol-sulfonaat, een
anti-bacterieel middel zoals hexachlorofeen, een bevochtiger zoals
propyleen-glycol, parfum en een drijfgas.
3. Crèmes
waarbij anti-microbiële middelen geïncorporeerd worden in een emulsiebasis.
4. Sticks:
deze hebben een "was"achtige consistentie en worden zowel met als
zonder alcohol geformuleerd.
Deodorantia kunnen aanleiding
geven tot irritatiereacties (vb. te wijten aan alcohol) en contact-allergische
reacties. Deze laatste kunnen
veroorzaakt worden door de parfumcomponenten, de anti-bacteriële middelen (vb.
triclosan) en eventueel ook de absorberende stoffen zoals ricinusolie
derivaten.
Deze zijn actief ofwel door
het vernauwen of afsluiten (door precipitatie van proteïnes) van het bovenste
deel van de afvoerkanaaltjes van de zweetklieren, ofwel door dermale resorptie
van het zweet. Sommige van de actieve
middelen zijn ook anti-bacterieel (vb. aluminiumzouten).
1. Aluminiumzouten:
aluminiumchloride hexahydraat (irritatie!, aantasten van kleding!); aluminium
hydroxychloride in waterige of alcoholische (minder irriterend!) oplossingen of
in crèmes.
2. Zirkonium
en andere metalen: zirkoniumlactaat en hydrochloride werken via hetzelfde
principe als aluminiumzouten.
Types (cfr. deodorants)
Irritatie is een gekend
neveneffect dat vnl. het gevolg is van de zure pH van de aluminium-chloride
oplossing die zoutzuur vormt.
Aluminiumchloride is meer irriterend dan aluminium hydroxychloride omdat
er in water een grotere hoeveelheid zoutzuur wordt gevormd [AlCl3 + 3H2O(3HCl +
Al(OH)3]. Vooral de geconcentreerde
waterige oplossingen zijn zeer zuur en dan ook vaak zeer irriterend. Het irriterend vermogen wordt afgezwakt
wanneer het zout opgelost wordt in alcohol.
Gebruik van absolute alcohol zou resulteren in de meest effectieve en
minst irriterende vorm.
Miliaria na het gebruik van
aluminiumzouten kunnen optreden. Het
gebruik van zirkonium-zouten werd sterk beperkt omwille van de ontwikkeling van
granulomen.
Contactallergie is
voornamelijk te wijten aan de parfums en eventueel de aanwezige anti-bacteriële
middelen; aluminiumchloride-overgevoeligheid werd reeds beschreven doch is zeer
zeldzaam.