In tegenstelling tot
cosmetica, die in principe enkel maar "positieve" effecten op de huid
mogen veroorzaken, zijn nevenwerkingen door farmaceutische topica meer
aanvaardbaar. In elke therapie dient
men immers rekening te houden met een "risk versus benefit" factor.
Lokale applicatie van
farmaceutische topica kan aanleiding geven tot contacteczeem,
contact-urticaria, irritatie en in welbepaalde omstandigheden, zelfs
systemische nevenwerkingen teweeg-gebracht door absorptie van geneesmiddelen.
Voorbeelden zijn jood en
-derivaten (schildklierfunctiestoornissen), hexachlorofeen, podofylline,
boorzuur en gammexaan (o.a. neurotoxische verschijnselen), fenol
(hartritmestoornissen), kwik en -derivaten (o.a. nieraantasting en
neurologische afwijkingen), salicylzuur (o.a. gastro-intestinale, respiratoire
en neurologische verschijnselen), corticosteroïden (bijniersuppressie en
Cushing), clindamycine (darmontstekingen), chlooramfenicol (aplastische
anemie), gentamycine en neomycine (ototoxiciteit). Hieronder wordt enkel contactallergie besproken.
Lokale medicatie wordt meestal
aangewend op een reeds vooraf beschadigde - vaak inflammatoire -
huid, waarvan de beschermingsfunctie t.o.v. de penetratie van uitwendig
aangebrachte stoffen dikwijls sterk gereduceerd is (zelfs weinig
sensibiliserende stoffen slagen er in, in die omstandigheden, een
contactallergie te induceren zoals vb. wolvetalcoholen en parabenen). Patiënten die hiertoe een risicogroep vormen
zijn de zgn. ulcus cruris patiënten, met beenwonden of stasedermatitis ten
gevolge van veneuze of arteriële insufficiëntie, (hoewel daar recent veel
verbetering is ingekomen, dankzij het gebruik van meer "inerte" materialen
zoals hygroscopische korreltjes, alsook permeabele en semi-permeabele
hydrocolloïdale plaatjes op basis van polymeren). Ook patiënten die lijden aan otitis externa, anale pruritis of
chronisch eczeem worden gemakkelijk allergisch aan de gebruikte topica. Het groot aanbod van multipele topica
gedurende maanden of jaren vormt immers de belangrijkste
sensibilisatiebevorderende factor.
Volgens literatuurgegevens
wordt ongeveer 30 % van de allergische contacteczemen veroorzaakt door het
gebruik van farmaceutische topica. In
een studie met betrekking tot een groep van 4.340 patiënten, allergologisch
geïnvestigeerd aan onze afdeling gedurende de laatste 5 jaar (1990-1995),
bleken 23 % (1.015 patiënten) een contactallergie te vertonen voor
farmaceutische topica, al dan niet in associatie met andere causale factoren en
waarvan er 550 met enkel een iatrogene contactdermatitis.
1. colofonium* 136
2. wolvetalcoholen 104
3. perubalsem** 91
fragrance-mix** 91
4. neomycine 82
5. ethyleendiamine 47
6. sulfanilamide*** 43
7. hydrocortisone 40 * voornamelijk als kleefpleisterallergeen
8. propyleenglycol 39
** indicatoren voor een parfumallergie
9. kwik 38 *** kruisreageren
10. benzocaïne*** 37
11. parabenen 33
12. cetylalcohol 29
13. cetrimide 28
14. budesonide 27
15. jood 26
Zowel actieve middelen,
constituenten van het excipiëns, bewaarmiddelen als parfum-componenten kunnen
aan de basis liggen van een allergie voor farmaceutische topica.
Voorbeelden
- Actieve stoffen: antiseptica (cetrimide, chloorhexidine, hexomedine, kwikderivaten, jood), antibiotica (neomycine, virginamycine, chloramfenicol, sulfanilamide), antimycotica (miconazole, econazole), antivirale middelen (tromantadine, idoxuridine), antihistaminica (promethazine), lokale anaesthetica (benzocaïne, procaïne, cinchocaïne), rubefacientia (methylnicotinaat, glycolsalicylaat), inhoudsstoffen van planten (arnica, kamille) en niet in het minst corticosteroïden die paradoxaal genoeg voornamelijk bij eczeempatiënten tot de meest frequente allergenen behoren (budesonide, hydrocortisone).
- Excipiëntia:
wolalcoholen (eucerine, lanoline), cetyl- en stearylalcohol, propyleenglycol,
ethyleendiamine (metaal-complexerende stof), nonoxynol (emulgator in
verschillende anti-septische oplossingen, tevens spermicide stof),
butylhydroxyanisol en -tolueen (antioxidantia).
- Bewaarmiddelen: parabenen, chlorocresol, benzylalcohol, sorbinezuur en thiomersal.
- Parfumbestanddelen: perubalsem (waaraan tevens wondhelende eigenschappen toegekend worden), essentiële oliën (lavendel- en geraniumolie), kaneelderivaten, enz. In recent gecommercialiseerde farmaceutische topica worden parfums gelukkig achterwege gelaten gezien ze het therapeutisch en cosmetisch arsenaal bij gesensibiliseerde personen sterk beperken.
Tenslotte dienen we er
rekening mee te houden dat, na lokale sensibilisatie, de systemische toediening
van dezelfde (of van scheikundig verwante) substanties een "endogene"
contact-allergie kan uitlokken.
Voorbeelden zijn: aminofylline bij een ethyleendiamine-overgevoelige
patiënt, aminoglycoside-antibiotica (zoals tobramycine bij een
neomycine-overgevoelige patiënt) en corticosteroïden bij patiënten gesensibiliseerd
aan de overeenkomstig gebruikte topische geneesmiddelen.
Gesensibiliseerde patiënten
dienen contact met hun allergenen te vermijden. Via een computer-bestand (CODEX) waarin de volledige kwalitatieve
samenstelling van alle farmaceutische topica werd opgeslagen (Belgische
specialiteiten en magistrale bereidingen uit de formularia) kan aan de
allergische patiënt een alfabetische lijst verstrekt worden van alle te
vermijden producten waarin de specifieke allergenen vervat zitten. Tevens kan een therapeutisch advies
ingewonnen worden aangaande voor te schrijven farmaceutische topica vrij van
specifieke allergenen.
Daarnaast kan ook een COSME
lijst met toegelaten cosmetische producten aangemaakt worden; deze producten
bevatten dus de vermelde allergenen niet en mogen door de patiënt vrij gebruikt
worden.
De lijsten zijn op naam. Om zoveel mogelijk concrete informatie aan
de patiënten door te geven, vragen we wel dat de allergenen, op basis waarvan deze
gecombineerde lijsten gemaakt worden, door middel van patchtesten bevestigd
werden. Aanvragen van dergelijke
lijsten kunnen gericht worden aan de dienst Contactallergie - Dermatologie,
U.Z. Sint-Rafaël, Kapucijnenvoer 33 te 3000 Leuven, met vermelding van de naam,
het adres en de geboortedatum van de patiënt.
De lijsten en de rekening (14 euro) worden rechtstreeks naar de patiënt
opgestuurd.