Huidrisico’s in de verzorgingssector

 

A. Goossens

Dienst Dermatologie

U.Z. - K.U. Leuven

Kapucijnenvoer, 33

3000 Leuven

 

 

Contact met irriterende stoffen op het werk vormen veruit de belangrijkste oorzaken van professioneel uitgelokte huidproblemen, met name irritatiereacties en vooral irritatie- of ortho-ergische dermatitis.  Een allergisch contacteczeem komt voor door contact met scheikundig reactieve, laagmoleculaire substanties bij personen die zich hiervoor tevoren gesensibiliseerd hebben.  De aard van de allergenen in de verzorgingssector verschilt naarmate het haar-, huid- of nagelverzorging, of een (para)medisch beroep betreft.  Contacturticaria en het contacturticaria syndroom kunnen zowel door laag- als hoogmoleculaire stoffen (proteďnen) uitgelokt worden, of al dan niet immunologisch gebaseerd zijn.

 

1.       Irritatiereacties

 

Een acute irritatie- of toxische reactie wordt veroorzaakt door contact met sterke (primaire) irritantia (vb. sterke zuren, basen, fenolen) - doorgaans reeds na een kortstondig contact - en dit bij alle blootgestelde personen.  Klinisch wordt ze gekenmerkt door een scherpbegrensde roodheid, soms blaarvorming en ulceraties, gevolgd door afschilfering.  De patiënt ervaart meestal geen jeuk, eerder een prikkelend, branderig gevoel en pijn.  De letsels doen zich uitsluitend voor ter hoogte van de contactplaats met de irriterende stof.  Een luchtblootgestelde expositie kan een zgn."airborne" irritatiereactie uitlokken.

Irritatiereacties noemt men echter ook huidreacties die veroorzaakt worden door herhaald of cumulatief gebruik van zwakkere (secundaire) irritantia (vb. solventen, detergenten, ontsmettingsmiddelen); deze verdwijnen onmiddellijk na stopzetting van het huidcontact.  Ze uiten zich meestal onder de vorm van roodheid, schilfering en kloofvorming, en worden vaak aangetroffen bij haarkappers en medisch personeel.  De klinische symptomen zijn afhankelijk van de aard van het irritans, de omstandigheden waarin de expositie plaatsgrijpt (vb. al of niet onder occlusie van een ring, horlogebandje, handschoenen), de lokalisatie, alsook de contactduur.

 

2.       Irritatiedermatitis of ortho-ergische dermatitis

 

In tegenstelling tot irritatiereacties verdwijnen de huidletsels niet bij eliminatie van het oorzakelijk agens.  Dit is het geval wanneer het terrein voorbeschikkend is - wat kan gerekend worden tot de "endogene" factoren (vb. personen met atopisch eczeem in de kinderjaren) en/of wanneer andere "exogene" factoren de irritatieverschijnselen onderhouden (vb. ongunstige klimatologische omstandigheden zoals wind en koude).  Een typisch voorbeeld van een irritatiedermatitis (ook soms wel slijtingseczeem genoemd) is het eczeem dat optreedt ten gevolge van cumulatieve inwerking op de huid (handen) van bijvoorbeeld shampoos en andere “agressieve” haarverzorgingsproducten bij kappers/kapsters, of door zepen en ontsmettingsmiddelen bij verplegend personeel.  Meestal ontstaan eerst droge schilferende letsels (gepaard met kloofvorming), eventueel gevolgd door een echte huidbeschadiging, gelijkend op een acuut eczeem.  In deze gevallen zullen dan ook meestal patch tests uitgevoerd worden teneinde een bijkomende contactallergische factor te onderzoeken.

Op te merken valt dat dergelijke huidbeschadigingen voorbeschikken tot het ontstaan van "hybriden", waarbij dan secundair een allergisch contacteczeem kan ontstaan ten gevolge van contact met allergenen, zoals vb. voor aangebrachte topica of beschermende middelen (vb. rubberen handschoenen).  Penetratie van een allergeen geschiedt immers gemakkelijker doorheen een beschadigde huid.

 

3.       Allergisch contacteczeem

 

Een contactallergie berust op een overgevoeligheidsreactie van het cellulaire of vertraagde type en is het gevolg van een sensibilisatie ten opzichte van een stof waarmee de huid voorheen in contact kwam, het zogenaamde "contactallergeen".  Bij hernieuwd contact doet er zich dan een ontstekingsreactie van de huid voor, het allergisch contacteczeem.  Dit manifesteert zich 1 tot 3 dagen na het uitlokkend contact en wordt gekenmerkt door jeuk, roodheid, papels, vesikels, evt. blaren, schilfering, lichenificatie (verdikte huid) en kloven, naargelang het een acuut, subacuut of chronisch eczeem betreft.  De diagnose wordt gesteld aan de hand van een uitgebreide ondervraging, klinische inspectie van de lokalisatie en de letsels, en het uitvoeren van patch tests op de rug met de mogelijk verantwoordelijke allergenen.  Deze tests worden na 2 dagen verwijderd en op dat ogenblik, en nogmaals 4 dagen volgend op de applicatie, worden de eventuele eczeemreacties afgelezen.

 

In geval van een beroepsgebonden contacteczeem betreft de belangrijkste huidlokalisatie uiteraard de handen (ter hoogte van de vingertoppen vaak geassocieerd met nagelafwijkingen) en de voorarmen; ter hoogte van het gelaat (vnl. de oogleden) uit zich soms een "airborne" dermatitis (vb. voor verdamping van bijvoorbeeld het desinfecteermiddel glutaaraldehyde bij verpleging) en/of een "ectopic dermatitis", een dermatitis buiten de oorspronkelijke applicatieplaats van het allergeen door overdracht van de allergenen via de handen.  Strooihaarden, waarbij een eczeemreactie optreedt (vaak onder de vorm van symmetrisch gelokaliseerde kleine papels) op plaatsen welke niet met de sensibiliserende stof in aanraking zijn geweest, kunnen eveneens voorkomen.

 

De belangrijkste allergenen verantwoordelijk voor beroepsgebonden allergisch contact-eczeem in de verzorgingssector verschillen naargelang het beroep: geneesheren, haarkappers/kapsters, kinderverzorging, kinesisten, schoonheidsspecialisten (incl. manicure en pedicure), verpleging, en naargelang de aard van de specifiek gecontacteerde producten, met name cosmetische producten, geneesmiddelen (lokaal/ systemisch) of materialen, vb. handschoenen, …

 

In de medische en paramedische sector zijn de allergenen niet alleen terug te vinden in het gebruik van ontsmettingsmiddelen (vb. iodium, cetrimide, chloorhexidine, …), desinfectantia (vb. glutaaraldehyde) en cosmetische producten zoals vb. vloeibare zepen, doch ook in het contact, via injecties bijvoorbeeld, met geneesmiddelen toegediend aan patiënten: antibiotica zoals penicilline- en cefalosporine-derivaten, doch ook geneesmiddelen zoals ranitidine en voorheen propacetamol vormden hier helemaal geen uitzondering.  Verder kunnen rubberen handschoenen, via contactallergie voor rubberadditieven zoals thiuram- en mercaptobenzothiazole-derivaten, thiourea of carba-maten, verantwoordelijk zijn voor eczeemreacties, doch ook via een allergische reactie van het onmiddellijke type voor latexproteďnes, aan de basis liggen van urticariële reacties (cfr. infra).

 

In het kappersberoep vormen parafenyleendiamine (in oxidatieve haarverven), persulfaten (in bleekmiddelen; tevens verantwoordelijk voor allergische reacties van het onmiddellijke type zoals vb. astma), thioglycolaten (voor het krullen van de haren) en bewaarmiddelen en tensiden in shampoos, de belangrijkste oorzaken van allergisch contacteczeem.  Schoonheidsspecialisten kunnen zich in principe sensibiliseren voor elke inhoudsstof van cosmetische producten, doch de meest frequente allergenen zijn bewaarmiddelen zoals formaldehyde en formaldehyde-liberatoren, methyl(chloro)iso-thiazolinone en methyldibromo glutaronitrile, alsook parfumcomponenten.

Bij manicures vinden we voornamelijk acrylaatmonomeren zoals ethyleenglycol- en triethyleenglycoldimethacrylaat, alsook hydroxyethylmethacrylaat in nagel-cosmetica (kunstnagels, nagel-gels) als allergenen terug.  Meestal zijn ze verantwoordelijk voor eczeemletsels ter hoogte van de vingertoppen, doch soms komen ook letsels in het gelaat voor (door stof dat vrijkomt bij het polijsten).

 

4.       Contacturticaria

 

Een contacturticaria treedt op onmiddellijk (meestal binnen de 5 ŕ 20 minuten, soms langer) na contact met de uitlokkende stof.  De kliniek wordt gekenmerkt door roodheid en zwelling van de huid (soms typische urticariële kwaddels), en gaat, in geval van een immunologisch gemedieerde (allergische) contacturticaria, eventueel gepaard met extracutane verschijnselen zoals conjunctivitis, ademnood, duizeligheid en zelfs anafylaxis.  De diagnose wordt gesteld aan de hand van prick tests met een commercieel latexextract: een urticariële kwaddel verschijnt binnen ongeveer 10 minuten (tegenover histamine als positieve en fysiologisch serum als negatieve controle).  In vele gevallen kunnen specifieke antistoffen (IgE) in het serum van de patiënt aangetoond worden.  Een belangrijk voorbeeld betreft het contacturticaria syndroom voor allergiserende latexproteďnes in latex (natuurlijke rubber), voornamelijk veroorzaakt door het dragen van handschoenen.  Vooral atopici met een voorafbestaande handdermatitis, sensibiliseren zich gemakkelijk.

Ook laag-moleculaire stoffen kunnen immunologisch-gemedieerde onmiddellijke allergische reacties veroorzaken (vaak met respiratoire problemen).  Voorbeelden zijn chlooramine, chloorhexidine, en persulfaten (haarbleekmiddelen).