Trefwoorden
beroepsdermatosen, contact dermatitis, epoxyhars,
immersie-olie, laboranten, microscopie
Samenvatting
Sinds november '97 werden verschillende gevallen van
beroepsgebonden allergische contact dermatitis gerapporteerd bij laboranten,
aanvankelijk in België en Frankrijk, en nadien ook in andere landen. Bij allen betrof het een contactallergie
voor epoxyharsen in immersie-olie voor microscopie, waarvan de formule werd
gewijzigd in augustus '97, evenwel zonder de aanduiding ervan op het
etiket. Deze problematiek wordt
geïllustreerd met de beschrijving van zes patiënten die zich met deze
contactallergie presenteerden. Hierbij
wordt aandacht gevraagd voor het allergiserend vermogen van de hoge
concentraties epoxyharsen die in de immersie-olie van de firma Leica
(Duitsland) worden gebruikt en wordt informatie verstrekt over maatregelen die
genomen moeten worden.
De samenstelling van immersie-olie werd sedert haar
gebruik verschillende keren gewijzigd om aan een aantal criteria te
voldoen. Eerst en vooral moet ze over
een aantal optische eigenschappen van refractie, dispersie, transmissie en
fluorescentie beschikken. Bijkomend
moet ze een bepaalde viscositeit hebben, weinig vluchtig noch toxisch zijn en
bovendien een duurzaamheid vertonen bij de temperatuur waarmee in de meeste
laboratoria wordt gewerkt. Daarbij moet
de olie gemakkelijk te verwijderen zijn en de optische apparatuur niet schaden. Oorspronkelijk werden de immersie-oliën
gefabriceerd uitgaande van natuurlijke oliën zoals olie afkomstig van
cederhout. Nadien werd overgeschakeld
naar synthetische oliën op basis van polygechloreerd biphenyl. Deze component houdt bepaalde risico's in,
waardoor deze twintig jaar geleden werd vervangen door gechloreerde
paraffine. In augustus '97 werd ook
deze samenstelling volgens sommige fabrikanten als gevaarlijk voor gezondheid
en milieu bevonden en werd ze door Leica vervangen door een samenstelling op
basis van vloeibare epoxyharsen en wel in een concentratie van meer dan
80 % om zo aan de optische eigenschappen te kunnen voldoen. In dergelijke hoge concentraties blijken
epoxyharsen in hoge mate allergiserend te zijn (1). Een drietal maanden na de introductie van de nieuwe formule werden
de eerste gevallen van contactallergie bij microscopisten vastgesteld en
gepubliceerd (1-4).
Sinds november '97 observeerden wij zes patiënten
[waarvan 4 reeds gepubliceerd (5)], die zich gesensibiliseerd hadden voor
epoxyharsen door beroepsgebonden contact met immersie-olie van de firma
Leica. Alle zes patiënten waren
vrouwelijke laboranten, vier van hen werkzaam in hetzelfde laboratorium. Hun leeftijd varieerde van 31 tot 49
jaar. Het eczeem was bij alle patiënten
gelokaliseerd op de handen. Vooral de
vingers waren aangetast. Bij vijf
patiënten kwamen de letsels ook voor in het gelaat of elders op het
lichaam. Patiënt nr. 1 presenteerde
zich met een dyshydrotisch eczeem tussen de vingers en met eczeem in de hals en
op het rechter bovenbeen. Patiënte nr.
2 vertoonde letsels op de dorsale zijde van de rechter wijs- en
middenvinger. De letsels in haar gelaat
(rode schilferende maculae op het voorhoofd, de wangen, kin en nadien ook op
oogleden) waren verdwenen op het moment dat zij ons consulteerde. Patiënte nr. 3 vertoonde eczeem in het
gelaat en op de linkerhand. Patiënte
nr. 4 had naast letsels in het gelaat en op de linkerhand ook eczeem in de
hals. Het eczeem op de handen was
erythemato-squameus met vorming van kloven en was voornamelijk gelokaliseerd
tussen de vingers. In het gelaat ging
het eveneens om droge, rode vlekken.
Patiënte nr. 5 vertoonde op de laterale zijde van de rechterhand vesikeltjes
en eczeem op de linker handpalm, de linker ooghoek, de linker wang, submandibulair,
de nek en de hals. Patiënte nr. 6
presenteerde zich met een zeer uitgebreid klinisch beeld dat minder
representatief is omdat er bij haar meer contactallergenen werden gedetecteerd.
Bij patiënte nr. 3 werden de testen beperkt omwille
van haar zwangerschap. Bij alle andere
patiënten werd een positieve reactie gezien op epoxyharsen (standaardreeks) en
de Leica© immersie-olie. Bij patiënte
nr. 6 werd de bewuste olie niet mee getest omdat deze niet voorhanden was. Op het laboratorium waar deze patiënte
werkt, was de olie reeds vervangen.
Twee patiënten reageerden ook op andere epoxyhars componenten die in de
formule van de olie voorkomen (5) en niet aanwezig zijn in de standaardreeks,
te weten butylglycidylether en allylglycidylether. (reactieve
oplosmiddelen). Omdat de firma de
betreffende oliën niet teruggevorderd heeft, maar enkel de productie gestopt
heeft, blijft het gebruik van deze olie voor nieuwe mini-epidemies zorgen, niet
alleen in België, maar ook in andere Europese landen.
Bij de hoger beschreven patiënten zijn er vooral
argumenten voor een dermatitis, veroorzaakt door rechtstreeks contact (zowel
met de olie zelf als de met olie gecontamineerd oculair van de microscoop) en
door overdracht van het allergeen via de handen. De letsels ter hoogte van de oogleden bij enkele patiënten
suggereerden eveneens een airborne contact dermatitis [analoog aan de gevallen
in Groot-Brittannië (2, 3)]. De
specifieke lokalisatie van het eczeem ter hoogte van de linkerhand (en in het
gelaat) bij patiënte nr.3 werd verklaard door het feit dat zij de preparaten
voor microscopie vast nam in haar rechterhand en met haar linkerhand de olie
aanbracht en verwijderde. Alle
patiënten die opnieuw in contact kwamen met de bewuste olie, vertoonden een
relaps van de letsels.
Epoxyharsen behoren tot de groep van de synthetische
plastics en harsen. Ze zijn vooral
gekend als belangrijk allergeen in beroepsgebonden dermatosen (6, 7). Epoxyharsen worden o.a. aangetroffen in
verven, surface coatings, elektrische isolatie en tweecomponent lijmen die ook
in huishoudelijk milieu gebruikt worden (7, 8). Het zogenaamde epoxyhars systeem bestaat uit verschillende
componenten: de epoxyharsen zelf en ook de additieven zoals verharders,
reactieve oplosmiddelen en plastificeermiddelen. Een contactallergie voor al deze substanties is mogelijk. In een aantal gevallen wordt een
contactallergie ontwikkeld op meerdere epoxyhars componenten tegelijkertijd
(5). Ze kunnen allergiseren via
rechtstreeks of via airborne contact.
Andere mogelijke reacties die zich kunnen voordoen op epoxyharsen zijn
contacturticaria en astma. Bovendien
zijn epoxyharsen ook bekend als irritantia (6, 7). De diagnose van een contactallergisch eczeem voor epoxyharsen
wordt bevestigd met epicutane testen.
Met de epoxyharsen uit de standaardreeks worden alleen bepaalde
epoxyharsen getest. Bijkomende tests
met de olie, in een concentratie niet hoger dan 10 % in vaseline (om te
sterke reacties te vermijden zoals waargenomen met de open test met de olie als
zodanig), en eventueel ook met andere epoxyhars componenten kunnen noodzakelijk
zijn om tot de juiste diagnose te komen (7).
Het toevoegen van epoxyharsen aan de Leica©
immersie-olie werd meegedeeld door de firma, maar aanvankelijk zonder
waarschuwingen omtrent het sensibiliserend vermogen en zonder aanbevelingen
voor het dragen van speciale handschoenen en het zorgen voor voldoende
oogprotectie. De firma Leica
Microsystems is inmiddels gestopt met de productie van de epoxyharshoudende
olie, maar de recent gerapporteerde gevallen wijzen op een verder gebruik van
de bestaande voorraad. Personen die met
de olie werken zijn niet op de hoogte van de gevaren. Immersie-olie voor microscopisch onderzoek staat immers bekend
als een onschuldige en veilige substantie.
De beste beschermende maatregel is overschakelen op
een andere olie die geen epoxyharsen bevat.
Gewone latex of PVC handschoenen bieden geen bescherming tegen
penetratie van epoxyharsen. Nitrile
handschoenen zijn theoretisch ondoordringbaar voor epoxyharsen, maar deze
handschoenen beschermen niet tegen huidreacties door overdracht via de lucht.
Bij het zoeken naar alternatieve
milieu-onschadelijke substanties moet in de eerste plaats nagegaan worden of
deze alternatieve stoffen niet tot toxische (lokaal en/of systemische) effecten
kunnen leiden bij de mens. De
mini-epidemieën van contactallergisch eczeem veroorzaakt door epoxyhars
componenten in immersie-olie zijn een bewijs van onvoldoende overleg, communicatie
en uitwisselen van informatie, zowel met toxicologen, dermatologen, als met de
gebruiker.
1.
Le Coz
CJ, Goossens A. Contact dermatitis from
an immersion oil for microscopy.
N. Eng. J. Med. 1998, 339:406.
2.
Sommer
S, Wilkinson SM, Wilson CL. Airborne
contact dermatitis caused by microscopy immersion fluid containing epoxy
resin. Contact Dermatitis 1998,
39:141-142.
3. Downs
AMR, Sanson JE. Airborne occupational
contact dermatitis from epoxy resin in an immersion oil used for microscopy. Contact Dermatitis 1998, 39:267.
4. Geraut C, Tripodi D. A propos de 5 cas de dermite de contact dus à une huile
d'immersion pour microscopes. La Lettre
du Gerda 1998, 15:70-72.
5. Le Coz
CJ, Coninx D, Van Rengen A, El Aboubi S, Ducombs G, Benz MJ, Boursier S,
Avenel-Audran M, Verret JL, Erikstam U, Bruze M, Goossens A. An epidemic of occupational contact
dermatitis from an immersion oil for microscopy in laboratory personnel. Contact Dermatitis 1999, 40:77-83.
6. Jolanki
R, Kanerva L, Estlander T, Tarvainen K, Keskinen H, Henriks-Eckerman ML. Occupational dermatoses from epoxy resin
compounds. Contact Dermatitis 1990,
23:172-183.
7. Jolanki
R. Occupational skin diseases from epoxy compounds. Acta Dermato-venereologica
1991, supplement 159.
8. Ortiz-Frutos
FJ, Borrego L, Romero G, Iglesias L.
Occupational allergic contact dermatitis from epoxy varnishes. Contact Dermatitis 1993, 28:297-298.