DE FARMACEUTISCHE EN DE COSMETISCHE INDUSTRIE

 

 

 

Afhankelijk van de aard van het product en de expositie omstandigheden ontstaan er eventueel bij professioneel contact met producten uit de farmaceutische en/of de cosmetische industrie irritatie-reacties, allergische contactdermatitis, fototoxische of fotoallergische contactdermatitis, urticaria, acne venenata, een fixed drug eruption en uitzonderlijk een toxische epidermale necrolyse (twee gevallen van T.E.N. werden beschreven t.g.v. transcutane absorptie van een tussenproduct in de synthese van tetramisole, een anti-helminticum).

 

De dermatose kan gelokaliseerd zijn (beperkt tot de plaats van contact) waarbij in de arbeidssfeer handdermatitis veruit het meest frequent voorkomt.  De dermatose kan ook veralgemeend voorkomen bij systemische blootstelling van het product via inhalatie of via transcutane absorptie.  Personen tewerkgesteld in de farmaceutische en de cosmetische industrie lopen vooral het risico irritatieve of allergische contactdermatitis te vertonen.  Irritatiereacties zijn frequent maar worden slechts zelden gemeld in de literatuur.  Zo werd gemeld dat in Israël werknemers uit de farmaceutische industrie een gevoel van branderigheid en het voorkomen van erythemateuze en vesiculeuze letsels rapporteerden na het aantrekken van steriele kleding.  Deze letsels werden veroorzaakt door een hoog restgehalte van ethyleenoxide (500 ppm!), terwijl de veiligheidsgrens van dit product op 200 ppm ligt.  Er werd eveneens een niet-immunologische urticaria reactie als beroepsdermatose gerapporteerd, veroorzaakt door natriumbenzoaat, ondanks het gebruik van beschermende handschoenen en een masker.

Verschillende grondstoffen, die in de farmaceutische industrie gebruikt worden, zijn chemisch zeer reactief en kunnen niet alleen een irritatiereactie veroorzaken maar ook een allergische contactdermatitis.  Hun allergiserend vermogen en de concentratie van de oorzakelijke substanties zijn uiteraard belangrijke uitlokkende factoren.  Een grondstof met een sterk irritatief en allergiserend karakter kan reeds na één toevallig contact een scheikundige brandwonde, een primaire sensibilisatie, alsook een allergische contactdermatitis veroorzaken.  Dit gebeurde bv. bij een studente scheikunde die belast was met de synthese van procaïne en toevallig enkele druppels van p-nitrobenzoylchloride op haar voorarm liet vallen.  Na afspoelen met water, ontstond er een erytheem (eerste graadsverbranding) die de volgende dag verdwenen was.  Doch twee weken later vertoonde zij een niet vesiculeuze, erythemateuze en oedemateuze reactie op dezelfde voorarm en op haar hand.  Ze vertoonde een positieve patchtest voor deze grondstof.  In de farmaceutische industrie komen de werknemers zowel met de hulpstoffen als met het afgewerkte product in contact.  De scheikundigen en de laboranten die instaan voor het onderzoek naar nieuwe moleculen, en het onderhoudspersoneel en de technici die minder goed beschermd zijn dan de productiearbeiders, dragen het grootste risico om een contactallergie te ontwikkelen.  Dit is ook het geval voor apothekers bij het bereiden van magistrale bereidingen en voor medisch en paramedisch personeel, in contact met allerlei farmaceutische producten.

 

We beperken ons in deze bespreking tot de farmaceutische stoffen die een beroepsgebonden contactallergie veroorzaakten.  De hier beschreven farmaceutische grondstoffen werden onderverdeeld in categorieën zoals in de Martindale.  Eerst vermelden we nog kort enkele stoffen uit de cosmetische industrie.

 

 

Allergenen in de cosmetische industrie

 

-   Methylheptine carbonaat (MHC) en methyloctine carbonaat (MOC): aromatische bestanddelen in parfums.

-   2-bromonitropropanediol (bronopol).

-   Ylang-ylang olie.

-   Latex, aroma van banaan (na een primaire sensibilisatie, vermoedelijk door latex, vertoonde een arbeidster een kruisreactie op banaan en op een cosmetisch product, geparfumeerd met banaan).

 

 

Allergenen in de farmaceutische industrie (dit betreft geneesmiddelen en/of chemische intermediairen)

 

1.         Analgetische- en anti-inflammatoire middelen:        Pyrazinobutazone

 

2.         Anti-helmintica:          Albendazole

Morantel

Piperazine

 

3.         Anti-aritmica:             Quinidine sulfaat

2,6 dichloropyrimidine

 

4.         Antibiotica:

 

Penicillines:         Natuurlijke penicillines:                  Penicilline G of benzylpenicilline

Penicilline V of fenoxymethylpenicilline

 

Semi-synthetische penicillines:       Pivampicilline

Pivmecillinam

Ampicilline

Carbenicilline

Cloxacilline

Mecillinam

 

Cefalosporines:            Cefalotin

Cefamandol

Cefazolin

Cefradine

Natrium ceftiofur

 

Tetracyclines:               Doxycycline

Methacycline

Oxytetracycline

Tetracycline

 

Macrolides:                  Kitasamycine

Midecamycine

 

Aminosides:                 Neomycine

Paromomycine

Streptomycine

 

Sulfonamiden:               Sulfonamide

2-aminothiazole

Sulfathiazole

 

Andere bacteriewerende middelen en hulpstoffen in hun synthese:

 

Chlooramfenicol

Virginiamycine

Colistine

Hydrazine

 

5.         Corticosteroiden:       Hydrocortisone

Hydrocortisone butyraat

Tixocortol pivalaat

 

6.         Anti-rheuma middelen:        Ethylethoxy cyanoacetaat

 

7.         Anti-malaria middelen:        Chloroquine sulfaat

4,7 dichloroquinidine

Quinine

 

8.         Geneesmiddelen i.v.m. het zenuwstelsel:         Biperideen

 

9.                  Cytostatica en immunosuppressiva:

 

Azathioprine

5-chloro-1-methyl-4-nitro-imidazole

2,4-diamino-6-chloormethylpteridine hydrochloride (DHC)

4-nitrofenyl-N-(2-chloroethyl)carbamaat

4 nitrofenyl-N-(2-chloroethyl)-N-nitrosocarbamaat

hulpstof voor cytarabine

4-amino-5-nitro-6-chloropyrimidine (intermediaire stoffen)

 

10.       Geneesmiddelen i.v.m. de schildklier:         Carbimazole

 

11.       Anti-virale middelen:

 

3,4,6-trichloropyridazine (hulpstof)

Ethyl-5-acetoxy-6-bromo-2-(bromomethyl)-1-methyl-indole-3-carboxylate (SI-4)

(hulpstof in de synthese van Arbidol, een antiviraal product)

12.       Sedativa, anxiolitica, hypnotica en neuroleptica:

 

Chloorpromazine

Perfenazine

P-chloorbenzeen sulfonylglycolzuurnitril (hulpstof in de synthese van benzodiazepines)

Quinazoline oxide (gebruikt in de synthese van chloordiazepoxide)

 

13.       Alfa-blockers:        Fenoxybenzamine hydrochloride

 

14.       Beta-blockers:        Alprenolol

Metoprolol

Oxprenolol

Propranolol

Epichloorhydrine

4-amino-alpha-bromo-3,5-dichloroacetofenon

 

15.       Hoestwerende middelen:         Oxolamine

 

16.       Geneesmiddelen voor uitwendig gebruik:       Difencyprone (DPCP)

Squaric acid dibutyl ester (DBSA)

Koolteer

 

17.       Diuretica:        Precursoren van bumetanide

4-Cl-5-Cl-sulfonylbenzoëzuur

4-Cl-5-Cl-sulfonyl-3-nitrobenzoëzuur

4-Cl-3-nitro-5-sulfonylbenzoëzuur

 

18.              Geneesmiddelen voor gastro-intestinaal gebruik:

 

Ranitidine en hulpstoffen in de synthese

5-[(2-amino-ethyl)thiomethyl]-N,N-dimethyl-2-furanmethanamine-1-methylamine-1-methylthio-2-nitro-ethyleen

2[4(5)methyl-5(4)-imidazolylmethyl-thio]-C13

Chloormethyl heterocyclische intermediairen

Nifuroxazide

4-chloromethyl-2-guanidinothiazole nitrochloride (FIP)

2-diamino-ethyleen-aminothiazolyl-methyleenthiourea dichloride (uranium)

(intermediairen in de synthese van famotidine)

Omeprazole

 

19.       Locale anestetica:      P-nitrobenzoyle chloride (chemische hulpstof)

Procaïne

 

20.       Pijnstillers (opium-derivaten):      Morfine

Codeine

Thebaïne

 

21.       Vasodilatatoren:         Nitroglycerine

Trans-methyl-3-(4-methoxyfenyl)glycidaat

Methyl 2,3-epoxy-3-(4-methoxyfenyl)propionaat

Deze twee stoffen zijn chemische hulpstoffen in de synthese van diltiazem, een calcium-antagonist.

Chromonar (of carbocromeen)

 

22.       Vitamines:         Retinyl acetaat (vitamine A)

Thiamine (vitamine B1)

2-methyl-3-nitro-4-methoxymethyl-5-cyano-6-chloropyridine (hulpstof in de synthese van vitamine B6).

Pyritinol

Cyanocobalamine (vitamine B12)

Menadione of vitamine K3 natriumbisulfiet

Vitamine K4

Hexahydro-1,3dibenzyl-6 hydroxyfurano(3,4-d)imidazol-2,4 dione

(precursor molecule in de synthese van biotine)

 

23.       Andere farmaceutische substanties:  Nicergoline

10-alfa-methoxy-dihydrolysergol

1-N-methyl-10-alpha-methoxy-dihydrolysergol

Lysergol

Vincamine tartraat

 

24.       Chemische hulpstoffen van verschillende stoffen:

 

Gehalogeneerde moleculen:         Halogenisatie versterkt de irritatieve en allergeniserende eigenschappen van chemische stoffen in verhouding tot de niet-gehalogeniseerde moleculen.

 

Niet gehalogeniseerde moleculen:          vb. Ethyleendiamine

 

Besluit

 

Een beroepsgebonden contactallergie komt regelmatig voor in de farmaceutische industrie.  Wanneer verschillende gevallen zich voordoen bij dezelfde firma, is het nodig de werk-omstandigheden te wijzigen om recidieven te voorkomen.  Maatregelen hiertoe kunnen zijn: het plaatsen van een gesloten filtersysteem om stofdeeltjes af te zuigen, alsook het geven van informatie aan het personeel aangaande de risico's op huid- en andere letsels, die kunnen voorkomen bij het hanteren van scheikundige stoffen.  Bovendien is een individuele bescherming d.m.v. handschoenen, kleding, masker en eventueel laarzen, en een controle op hun doeltreffendheid, noodzakelijk.

 

Referentie

 

Les industries pharmaceutiques et cosmétiques.  Progrès en dermato-allergologie.  Tome 5, 1999, pp. 81-98.  Ed. John Libbey Eurotext, Montrouge, France.