Contactallergie bij kinderen

 

K Neyens, A Goossens

 

 

 

Inleiding

 

Allergische contactdermatitis bij het kind is niet zo uitgebreid bestudeerd als bij de volwassene.  Op vele gebieden zijn er gelijkenissen maar men kan niet alles zomaar extrapoleren van de volwassene naar het kind.

 

Epidemiologie

 

Allergische contactdermatitis bij kinderen werd tot nog toe als zeldzaam beschouwd, enerzijds omwille van een lagere blootstelling aan allergenen, anderzijds omwille van een verminderde immunologische voorbeschikking tot sensibilisatie.  Er werden dan ook relatief weinig patchtests verricht bij kinderen tot voor 1980.

 

In ongeselecteerde populaties van kinderen (vb. schoolkinderen) bedraagt de frequentie van positieve patchtests rond de 20 %.

 

In geselecteerde kinderpopulaties (kinderen met vermoeden van ACD, atopische dermatitis of andere huidaandoeningen) is de frequentie zeer variabel omwille van methodologische verschillen, gaande van 3.6 % tot 71 %, met een meerderheid rond de 40 %.

 

Sommige auteurs vermelden eenzelfde frequentie bij jongens en meisjes, andere vinden een hogere frequentie bij meisjes, in het bijzonder voor nikkel, vanaf de leeftijd van 12 jaar.  Hormonale factoren kunnen daarin een rol spelen.

 

De frequentie van ACD stijgt bij toenemende leeftijd, alsook het risico van multipele sensibilisaties.  Een verminderde mogelijkheid tot sensibilisatie bij jonge kinderen werd experimenteel aangetoond.  Er zijn slechts enkele gevallen van ACD bij zuigelingen beschreven, op o.a. epoxyhars, ethyleendiamine, nikkel, neomycine, Perubalsem, PPD en een mydriaticum.  Op te merken valt dat bepaalde allergenen preferentieel in bepaalde leeftijds-klassen voorkomen.  Voorwerpen die in de mond genomen worden (vb. rubber) kunnen de oorzaak zijn van allergische cheïlitis en peri-orale dermatitis, en worden vooral gebruikt door jongere kinderen.  Dit geldt ook voor kwik, aanwezig in vaccins en topica (voor vb. schaafwonden).  Nikkel, cosmetische en professionele allergenen zijn frequenter in de oudere leeftijdsgroep.

 

Tot slot vermelden we nog de geografische verschillen, vooral van belang voor poison ivy (Noord- en Zuid-Amerika) en neomycine (Portugal, Italië).  Tevens zou schoendermatitis tengevolge van rubber frequenter zijn in de V.S. dan in de Scandinavische landen.

 

 


Klinisch beeld

 

Zoals bij de volwassene zijn anamnese en lokalisatie van de letsels cruciaal voor de diagnose.  Op basis van literatuurgegevens werd volgende tabel samengesteld, waarbij de mogelijke allergenen voor een bepaalde lokalisatie zijn weergegeven.

 

 

Gelaat                      Ingrediënten van farmaceutische topica (vb. benzoylperoxide), cosmetica [vb. methyl(chloro)isothiazolinone], parfumcomponenten, planten

 

Peri-orbitaal            Ophthalmische preparaten, nikkel, kobalt

 

Peri-oraal                 Voorwerpen in de mond (rubber additieven), nikkel, kobalt, palladium

 

Oren                         Nikkel, kobalt, oordruppels

 

Nek                           Nikkel

 

Romp                        Textielkleurstoffen, rubberadditieven, nikkel (peri-umbilicaal)

 

Armen                      Cosmetica (zonnefilters), aluminium (vaccins), planten

 

Polsen                      Nikkel, kobalt, dichromaten (lederen polsbandje)

 

Handen, vingers       Bewaarmiddelen (cosmetica, speelgel, klei), nikkel, kobalt, planten, rubber- en harscomponenten

 

Nates, dijen              Aluminium (vaccins)

 

Luierregio                Farmaceutische topica (vb. ethyleendiamine, neomycine), cosmetica

 

Benen                       Planten, orthopedisch materiaal, (harsen: PTBP, epoxy)

 

Voeten                      Schoenallergenen: rubberadditieven, lijmen (PTBP), bichromaten, planten, farmaceutische topica

 

 

Voorwerpen en gewoonten die eigen zijn aan het kind of de adolescent kunnen een verrassende presentatie van ACD opleveren.  Omgekeerd kunnen kinderen ook onverwacht contact hebben met producten die in feite enkel voor volwassenen bestemd zijn.  Vaak gaat het om stiekem gebruik van cosmetica (vb nagellak).

 

Er zijn tevens enkele afwijkende klinische presentaties van ACD bij kinderen beschreven: hypertrofische verruceuze cheïlitis, bulleuze dermatitis, baboon syndroom, EEM-achtige erupties, lichenoïde contact dermatitis, gegeneraliseerde nummulaire dermatitis, gegeneraliseerd eczeem en systemische contact dermatitis.

 

 


Atopie

 

Over de relatie tussen ACD en atopie / atopische dermatitis bestaat nog steeds controverse.  Sommige auteurs vermelden een gelijke, andere een hogere en nog andere een lagere prevalentie van ACD bij kinderen met atopische dermatitis.  Enerzijds is er de verminderde cellulaire immuniteit van atopici, met daardoor minder kans op sensibilisatie.  Positieve patchtests zijn frequenter bij kinderen met matige atopische dermatitis dan bij kinderen met ernstige atopische dermatitis.  Anderzijds is er de verhoogde permeabiliteit van de atopische huid, waardoor allergenen makkelijker penetreren, in het bijzonder ter hoogte van de handen.  Reacties op nikkel worden frequenter gezien bij atopici, vooral bij meisjes, waarschijnlijk spelen geslacht en oorpiercing een grotere rol dan atopie op zich.  Nikkel en ook andere metalen geven echter vaak aanleiding tot irritatiereacties (papulopustulair) op atopische huid.  Verder zijn kobalt en perubalsem belangrijke allergenen bij atopici.  Het belang van patchtests met voedingsstoffen bij atopici is nog niet duidelijk.

 

Patchtests

 

Het patchtesten van kinderen is aangewezen bij vermoeden van contactallergie, maar ook bij persisterend eczeem ter hoogte van bepaalde lokalisaties, zijnde handen, voeten, peri-oraal en peri-umbilicaal, vooral bij atopici.  Kinderen met atopisch eczeem dienen ook getest te worden bij multipele therapieresistente exacerbaties, of bij asymmetrische dermatitis.

 

Patchtesten bij kinderen wordt als veilig beschouwd.  Technische problemen kunnen zijn: een beperkte testoppervlakte en hypermobiliteit (met loskomen van het materiaal als gevolg), vooral bij jongere kinderen.

 

Mallory geeft enkel richtlijnen daaromtrent:

 

-         Test verschillende keren indien te weinig testoppervlakte.

-         Indien het materiaal loskomt, vraag de ouders dat te rapporteren en de patchtests niet opnieuw te bevestigen.

-         Soms is een sterkere kleefpleister nodig (cave irritatie).

-         Breng de patchtests zo snel mogelijk aan, terwijl het kind wordt afgeleid.

-         Maak een diagram van de geteste allergenen.

-         Informeer de ouders over de testprocedure en de nodige maatregelen.

 

In het verleden werd voor bepaalde allergenen, zijnde nikkel, formaldehyde, kwik, kalium-bichromaat, MBT en thiuram mix, een verlaging van de concentratie aanbevolen omwille van mogelijke irritatiereacties, vooral bij jongere kinderen.

 

Recente literatuur spreekt dit echter tegen en raadt aan dezelfde concentraties te gebruiken als bij volwassenen.  Hieromtrent bestaat echter nog steeds discussie.  Bij dubieuze reacties kan men eventueel opnieuw testen met een lagere concentratie.

Net zoals bij de volwassene zijn vals positieve en vals negatieve reacties mogelijk.

 

 


Allergenen (cfr. de literatuur)

 

Metalen

 

Nikkel    -   meest frequente allergeen in Europa

-       risicofactoren: vrouwelijk geslacht (vooral na 12 jaar), atopie, oorpiercing of andere piercings

-   bronnen:    *   juwelen (eventueel die van de moeder), in het bijzonder oorringen, metalen knopen en sluitingen in ondergoed, identificatiebandjes, veiligheidsspelden, ritsen, jeansknopen, metalen accessoires van schoenen, munten, metalen speelgoed, medaillons, sleutels, deur-knoppen, bedspijlen enz.

*   orthodontische apparaten: cheïlitis, peri-oraal eczeem, stomatitis, soms geassocieerd met systemische dermatitis, indien applicatie vóór het eerste huidcontact: tolerantie-inductie mogelijk

 

Kobalt    -   vaak geassocieerd met nikkelallergie

-   daarenboven in sommige plastieken, vb. brilmontuur en balpen, waaruit kobalt kan vrijkomen onder invloed van speeksel

 

Kaliumbichromaat          -   leder: schoenen, een lichaamsspalk en een gebedsriem

-   kruisallergie met nikkel

 

Kwik      -   zeer frequent bij kinderen, zeker in Spanje en Italië, gebruikt in antiseptica

-   andere bronnen: oogdruppels, depigmenterende crèmes, pediculosis preparaten, vaccins, pesticiden, gebroken thermometers, tandvullingen, en contactlens-oplossingen

-   cave systemische toxiciteit (o.a. nierlijden): bij gebruik op grote huidoppervlakten

 

Aluminium        -   sensibilisatie: vaccins en hyposensibilisatieoplossingen

-   andere bronnen: deodorant, oordruppels en tandpasta

-   klinisch: persisterende, jeukende, geëxcorieerde subcutane noduli, soms geassocieerd met hypertrichosis

-   positieve reacties op de Finn chambers

 

Palladium         -   orthodontische apparaten en juwelen

-   meestal kruisreactie met nikkel

 

Ijzer     slechts één geval (orthopedische prothese)

 

 


Pharmaceutische producten

 

Actieve bestanddelen

 

-   lokale antibiotica:       antibacterieel:        neomycine: kruisreactie met andere amino-glycosiden (colistin methaan sulfonaat)

antiviraal:               tromantadine (zovirax)

antihistaminica:      dexchlorpheniramine maleaat, NSAID: fepradinol, indomethacine

 

-   lokale anesthetica:      benzocaïne-type:   kruisreactie met andere ester-type lokale anesthetica, en met PPD

 

-   corticoïdpreparaten:   bij atopici, quinine, plantextracten, benzoylperoxide, vitamine K

 

Emulgatoren en vehicula-componenten:

 

-   wolalcoholen, triëthanolamine oleyl polypeptide, laureth-4, ethyl sebacaat

 

-   ethyleendiamine:      in Mycolog crème (vroeger), ophthalmische oplossingen, insecticiden, fungiciden, epoxyverharders, rubberstabilisatoren

kruisreactie met sommige antihistaminica en aminophylline

 

Bewaarmiddelen

 

-   myristyl picolinium chloride

 

-   thiomersal:        -   frequent positieve patchtests bij jonge kinderen, niet relevant

-   controverse over inclusie in standaardreeks

-   antiseptica, desinfectans, contactlensoplossingen, oogdruppels, vaccins

-   sensibilisatie door vaccins: bij positieve patchtest geen contraïndicatie voor verdere vaccinatie (i.m.)

-   kruisreactie met kwikderivaten (kwik) en met fotometaboliet en piroxicam (hiosalicylzuur) henoxyethanol

 

 

Cosmetica

 

Bewaarmiddelen:          formaldehyde(releasers), parabenen, methyl(chloro)isothiazolinone,

methyldibromoglutaronitrile, butylhydroxyanisole

 

Perubalsem in topica:           kans op ontwikkelen van parfumallergie later

 

Parfumcomponenten:           geraniol, hydroxycitronellal, isoeugenol

 

Allergenen door de moeder gebruikt:           kaneelaldehyde (parfums), PPD

 

Zonnefilters:          4-methylbenzylidene camphor, isopropyldibenzoylmethane, 2-ethylhexyl methoxycinnamaat


Speelgoed

 

Bewaarmiddelen:     -   in speelgel: parabenen

-       in klei:     methyl(chloro)isothiazolinone,

2-chloro-N-methyl-chloroacetamide

 

Modelkit en bijbehoren

 

Teddybeer

 

Ballon

 

Parfumcomponenten:      kaneelalcohol, hydroxycitronellal

 

 

Rubberen voorwerpen

 

Additieven:       ballon, elastiek, sponsjes, handschoenen, schoenen, luiers

 

Latex:               contact urticaria, verhoogd risico bij spina bifida kinderen en atopici

 

 

Schoenen

 

Meestal voetrug

 

MBT, thiuram-derivaten: schoenen, lijmen

 

PPD, diaminodifenylmethaan, chromaten

 

Dodecylmercaptaan, thiomersal: bewaarmiddel in leer, leercrème

 

Gemodificeerd colofonium: tackifier

 

 

Plastiek, harsen

 

Plastiek speelgoed

 

PTBP, PFR:     kniebeschermers, tape

 

Epoxyhars:       lijmen, identificatiebandje

 

Benzalkoniumchloride:  bewaarmiddel in plaaster

 

Urea-formaldehyde hars:          beenbeschermers

 

Colofonium:     o.a. kauwgom

 

 


Planten (o.a. toevallig contact tijdens het spel)

 

Poison ivy, oak, sumac

 

Toxicodendron succedaneum (rhus tree)

 

Urtica urens

 

Asteraceae/compositae met o.a. soliva pterosperma

 

Lichens

 

Gingko fruit

 

Dioscorea batatas decaisne

 

 

Professionele allergenen

 

Adolescenten

 

Haarkappers, bouwvakkers, metaalarbeiders

 

 

Referenties

 

1.      Goossens A, Neyens K.  Les allergènes autres que ceux de la batterie standard chez l'enfant.  In: Progrès en Dermato-Allergologie, John Libbey (ed.), Montrouge, France 2000, p. 136-146.

2.      Goossens A, Neyens K, Vigan M.  Contact allergy in children.  Chapter 30.  In: Textbook on Contact Dermatitis.  Rycroft J, Menné T, Frosch P, Lepoittevin JP (eds.), Springer Verlag, Berlin, in press 2001.