Ontsmettingsmiddelen
Inleiding
Zowel in de medische praktijk als in
het ziekenhuis worden dagelijks veelvuldig antiseptica gebruikt, o.a. tijdens
de wondverzorging en pre-operatief. De wondgenezing wordt door vele factoren
beïnvloed, waaronder ook een surinfectie dient vermeld te worden. Men kan
hierop ingrijpen op twee niveau's, nl. curatief en preventief, m.b.v.
antiseptica en dit naast een correcte handhygiëne, een mechanische reiniging
van de wonden en lokale antibiotica zo nodig. De wondverzorging begint met het
"ontsmetten". Definitie: "ontsmetten is een handeling met een
tijdelijk effect waardoor micro-organismen en/of virussen die zich op levend
weefsel (intacte huid, slijmvliezen, wonden) bevinden geïnactiveerd
(bacteriostatisch) of gedood (bactericied) worden in functie van de
vooropgestelde doelstelling" (1).
Men maakt een onderscheid tussen
ontsmettingsmiddelen en desinfectantia. Ontsmettings-middelen zijn bestemd voor
klinisch gebruik (op levende weefsels), terwijl desinfectantia alleen voor uitwendig
gebruik (inerte materialen) geschikt zijn. Het ideale antisepticum zal een zo
breed mogelijk werkingsspectrum hebben, een zo laag mogelijke cytotoxiciteit en
zo weinig mogelijk intoleranties uitlokken. Verder mag er maar een geringe
inactivatie door organisch materiaal (o.a. bloed) zijn, alsook moet het een
stabiel product betreffen (vijf jaar houdbaar).
1. CLASSIFICATIE
NAARGELANG HUN SAMENSTELLING EN HUN WERKINGSSPECTRUM
1.1. Classificatie
naargelang samenstelling
1.1.1. Alcoholen: isopropylalcohol 70 %
ethylalcohol = ethanol
* gebruik:
- meestal in concentratie van 70 %
- ontsmetting van de intacte huid (geen
slijmvliezen)
* antimicrobiële
activiteit:
- bactericied
- virucied: volgens
WHO (in kader van HIV-infecties) is alcohol niet geschikt voor ontsmetting van
besmet inert materiaal; 70 % alcohol is wel voldoende voor ontsmetting van
levende weefsels
- fungicied
- niet sporocied
* bijkomende
eigenschappen:
- uitdrogend
- afkoelend
- haemostatisch
- astringerend
* contra-indicaties:
- niet op erosieve letsels en ulcera: pijnlijk
en beschadiging van het granulatieweefsel
- niet op de mucosae
* toxiciteit:
bij neonati en kinderen: chemische verbranding van de intacte huid
1.1.2. Biguaniden
- Chloorhexidine
(vb. Hac®, Hacdil®, Hibidil®, Hibitane®)
* gebruik:
- 0.5 % in
alcoholische oplossing voor de intacte huid; 0.05 % waterige oplossing en
1 % crème voor ulcera/brandwonden/slijmvliezen; 0.5 % wound dressings
- ook als
mondspoelingen
- ontmetting van
instrumenten
* antimicrobiële
activiteit:
- bactericied of bacteriostatisch, beter tegen
Gram + dan tegen Gram −
- bacteriostatisch tegenover mycobacteriën
- niet virucied
- niet fungicied
- niet sporocied
* contra-indicaties:
- kan een toxisch
effect hebben op het zenuwstelsel en mag aldus niet aangewend worden thv. de
hersenen, hersenvlies, ruggemergkanaal, midden- en binnenoor en de ogen.
- chloorhexidine-allergie
(ook type I reacties zoals anafylaxie!)
- onverenigbaar met
jodiumverbindingen en mercurochroom
* toxiciteit:
mogelijk op het zenuwstelsel
- Hexamidine
isethionaat (= diamidine) (vb. Hexomedine®)
* gebruik:
ontsmetting van de intacte huid (Hexomedine transcutanée®) en van wonden
* antimicrobiële
activiteit:
- bacteriostatisch (ook voor staphylococcen)
- fungistatisch
* toxiciteit
en contra-indicatie:
- zeer weinig irritatie
- allergische contactdermatitis mogelijk
1.1.3. Chloorverbindingen
Behoren tot de familie van de
halogenen en danken hun werking aan de mate dat ze chloor afgeven. vb.
hypochloriet (Javelwater) wordt gebruikt als desinfectans voor materialen en
kamers, chlooramine (Chlooramine® tabletten, Carrel-Dakin® oplossingen,
Carrelcrème®).
* gebruik:
- 0.2 tot 0.5 % oplossing: ulcera en
wonden
- intacte huid
- in water: drinkwater, antiseptische (voet-)
baden, javelwater
* antimicrobiële
activiteit
- bactericied: indien
de kiemenconcentratie hoog is, dan beter de 0.5 % concentratie gebruiken
- fungicied
- virucied
- traag effect op bacteriële sporen
* toxiciteit
en nevenwerkingen:
- belangrijke vertraging van de wondheling
* carreloplossing
is onverenigbaar met:
- waterstofperoxide
- alcohol
- jodiumverbindingen
1.1.4. Oxidantia of peroxiden
- Waterstofperoxide
als zuurstofwater of als boorwater met 3 % waterstofperoxide
- Kaliumpermanganaat
* gebruik:
- ontsmetten van bevuilde wonden (in waterige
oplossing tot 6 %)
Cave: niet in diepe
caviteiten/fistels: daar kan door het ontstaan van zuurstofbellen necrose
ontstaan.
- reinigen van materialen; het is sterk
desinfecterend; vb. tracheacanules
Cave: corrosieve werking
op metalen
* antimicrobiële
activiteit:
- bactericied
- sporocied !
- virucied
- fungicied
* contra-indicaties:
diepe wonden/fistels
* toxiciteit:
chemische verbranding in hoge concentraties
* onverenigbaar
met:
- elkaar: waterstofperoxide en
kaliumpermanganaat - carreloplossing
- jodiumverbindingen
1.1.5. Jodiumverbindingen
Behoren eveneens, zoals de
chloorverbindingen, tot de familie van de halogenen.
- Iood-PVP
(vb. Isobetadine®, Braunol®)
* gebruik:
- ontsmetting van
wonden; ook bij MRSA-surinfectie - ontsmetting van intacte huid;
vb.pre-operatief
- desinfectie van
materiaal
* antimicrobiële
spectrum:
- sterk bactericied !
- virucied
- fungicied en de alcoholische oplossingen: + sporocied !
+
tuberculocied
* contra-indicaties:
- irritatie van de ogen, de slijmvliezen en de
luchtwegen
- contactallergie
- bij patiënten met schildklieraandoeningen,
-testen, -operatie - bij kinderen < 2 jaar
- bij zwangeren
- bij wondoppervlakken > 20 % van de
totale lichaamoppervlakte
- bij brandwonden: cave: metabole acidose/ nierinsufficiëntie/chemische
dermatitis
- onverenigbaar met: * watersofperoxide
en mercurochroom
* chloorhexidine
1.1.6. Quaternaire ammoniumverbindingen
Behoren tot de familie van de
kationische tensio-actieven
- Cetrimonium
bromide = cetrimide (vb. Hac®, Cetavlex®)
- Benzalkonium
chloride
* gebruik:
- cetrimide: 0.1 %
tot 1% oplossing of 0.5 % crème voor ontsmetting van de intacte huid en
wonden; meestal een mengpreparaat van cetrimide met chloorhexidine. Niet voor
desinfectie van instrumenten
- benzalkonium
chloride: in oogdruppels en neusspray, oplossingen van 0.001 tot 0.1 % voor
ontsmetting van intacte huid en mucosae, waterige oplossing van < 0.005 %
als blaasspoeling
* antimicrobiële
activiteit:
- bactericied: meer
effect tegen Gram + dan tegen Gram −
Pseudomonas spp en mycobacterium tuberculosum zijn resistent
- virucied tegen
lipofiele virussen
- fungostatisch
- geen activiteit
tegen sporen !
* toxiciteit:
- vaak irritatie
- contactallergie bekend
- vertraging van wondheling bij ulcera
1.1.7. Fenolen
- Chloorxylenol
(Dettol®), chlorofeen (Neo-Sabenyl®)
* gebruik:
- irritant voor huid en slijmvliezen
- desinfectie van materialen en lokalen
* antimicrobieel:
- bactericied vnl. tegen Gram +, minder tegen
Gram − en Stapphyloccen
- virucied tegen lipofiele virussen
- fungicied
- niet tegen sporen
* irritatie!
* systemische
nevenwerkingen zijn mogelijk bij gebruik over grote oppervlakten, nl. diplopie,
verwardheid, convulsies en ademhalingsmoeilijkheden
1.1.8. Kwikzilverderivaten
Mercurochroom® : uit de handel
genomen = zwak antisepticum en onverenigbaar met jodiumverbindingen,
chloorhexidine en zuren; te irriterend en geeft systeemnevenwerkingen, o.a.
anaplastische anemie; sterk allergiserend
1.1.9. Azijnzuur
0.1 tot 1 % in steriel water
- actief
tegen pseudomonas (Gram −) en schimmels
- als
reinigende oplossing
1.1.10. Eosine
1-2 % waterige oplossing: wel
uitdrogend; niet antiseptisch
alcoholische oplossing: antiseptisch
Cave: contactallergie!
1.2. Classificatie
naargelang het werkingsspectrum: overgenomen uit (1) ( Naar: Blech en
Hartemann, 1988)
|
|
Gram + |
Gram − |
Sporen |
SchimmelsGisten |
Virussen |
|
alcohol |
+++ |
++ |
0 |
+/− |
+/− |
|
chloorhexidine |
+++ |
++ |
0 |
+/− |
0 |
|
chloorverbindingen |
+++ |
+++ |
++ |
++ |
++ |
|
oxidantia of peroxiden |
+++ |
+++ |
++ |
++ |
+ |
|
jodiumverbindingen |
+++ |
+++ |
++ |
++ |
++ |
|
quaternaire ammonium verbindingen |
+++ |
+ |
+/− |
+/− |
+/− |
|
fenolen |
+++ |
+/− |
+/− |
+ |
+/− |
|
kwikzilverderivaten |
++ |
+ |
0 |
++ |
0 |
|
azijnzuur |
++ |
|
++ |
|
|
|
eosine |
|
|
|
|
|
REFERENTIES
1. Ontsmettingsmiddelen.
In: Aerts A, Nevelsteen D (Eds). Basisboek Wondzorg. De Tijdstroom,
1996.
2. Dykes PJ, Marks R. An evaluation of the irritancy potential of
povidone iodine solutions: comparison of subjective and objective assessment
techniques. Clinical and Experimental Dermatology: 1992; 17:246-249.
3. Michel D, Zäch GA. Antiseptic efficacy of desinfecting solutions in
suspension test in vitro against methicillin-resistant Staphylococcus aureus,
Pseudomonas aeroginosa and Escherichia coli in pressure sore wounds after
spinal cord injury. Dermatology 1997; 195 (Suppl. 2):36-41.
4. Martindale: The complete drug reference, 35th
edition,
2. CONTACTALLERGIE
Antimicrobiële middelen kunnen
irritatie, contactallergische, foto-allergische reacties en contacturticaria veroorzaken
bij personen die topische producten gebruiken waarin deze middelen verwerkt
zijn; daarnaast kunnen ze ook verantwoordelijk zijn voor beroepsdermatosen bv.
bij medisch personeel en bij andere personen die instaan voor de controle, de
preventie en behandeling van infecties.
De ontsmettingsmiddelen die wij in
onze patiëntendatabank teruggevonden hebben als contactallergenen, zijn
thiomersal en andere kwikderivaten (bv. merbromine of mercurochroom),
cetrimide, chloramine, nitrofurazone, quinoline derivaten (clioquinol,
chloorquinaldol), chloorhexidine, ethanol, hexamidine, chloorxylenol, isopropyl
alcohol (isopropanol) en natriumhypochloriet. Sommige van deze bestanddelen
zoals chloramine en chloorhexidine kunnen ook ernstige (immunologische)
urticaria uitlokken, zelfs anafylaxie. Men mag daarenboven niet vergeten dat
bepaalde ontsmettingsmiddelen sensibiliserend kunnen zijn door de aanwezigheid
van andere ingrediënten in hun formulatie: propyleen glycol, een solvens o.a.
aanwezig in Hexomedine transcutanée; nonoxynols: dit zijn niet-ionische
oppervlakte-actieve bestanddelen, aanwezig in bv. jodiumpovidone-oplossingen
(vb. Isobetadine, Braunol), alsook in bepaalde chloorhexidine- (vb. Hibitane)
en hexamidine-bereidingen (hexamed zalf en transcutanée). Zo lag ook lauramine
oxide, een alifatische amine aanwezig in chirurgische zeepoplossingen (vb.
Hibiscrub) , aan de basis van verschillende allergische reacties bij medisch
personeel.
Sommige van deze antiseptica kennen
eveneens toepassing als desinfecteermiddelen zoals ethanol, isopropylalcohol, quaternaire
ammoniumverbindingen, chloorcresol, chloorxylenol en formaldehyde. Dit laatste,
tesamen met glyoxal en vooral glutaaraldehyde (vb. Combi®, Cidex®) ligt soms
aan de basis van beroepsdermatosen (ook
door verspreiding via de lucht) bij medisch en paramedisch personeel, alsook
bij tandartsen. Dodicin of dodecyldi(aminoethyl)glycine wordt voornamelijk
gebruikt voor ontsmetting van oppervlakten en is gekend als mogelijk allergeen
bij zweminstructeurs.