CONTACTALLERGIE OP PLASTICS EN HARSEN

 

 

 

Inleiding

 

Plastics en harsen vormen een grote groep van substanties die natuurlijk of synthetisch kunnen zijn.  Colofonium is een voorbeeld van een natuurlijk hars van sparren, dennen en coniferen en wordt onder andere verwerkt in papier, drukinkt, afdichtingswas, cosmetica (ontharingswas, oogmake-up), hechtpleisters, lijm, boen-, vloer- en autowas, vernis, als hulpstof in kunststoffen- en rubberfabricage en in de tandheelkunde.  Regelmatig wordt er contactallergie gezien op colofonium, deels te wijten aan zijn ubiquitair voorkomen.

 

Synthetische plastics en harsen kennen frequentere toepassingen en kunnen ingedeeld worden in thermosetting en thermoplastische harsen.  Thermosetting plastics kunnen na bewerking niet meer vervormd worden onder invloed van verhitting.  Voorbeelden hiervan zijn: epoxy-, fenolformaldehyde-, polyester-, silicone-, polyurethaan- en bepaalde acrylaatharsen.  Thermo-plastische harsen behouden de capaciteit om te vervormen zelfs na volledige verwerking.  Voorbeelden hiervan zijn: polyethyleen-, polyvinyl-, polypropyleen-, polystyreen, nitrocellulose-, alsook bepaalde acrylaatharsen.

 

De synthese gebeurt door een polymerisatiereactie.  Dit kan gebeuren op 2 manieren.  Tijdens een additiereactie worden monomeren samengevoegd tot een polymeer met behulp van additieven zoals stabilisatoren, verdunners, plastificeermiddelen, inhibitoren, katalysatoren en UV-inhibitoren.  Tijdens een condensatiereactie worden 2 of meer moleculen samengevoegd tot een polymeer met vrijzetting van water of alcohol.  Om deze reactie mogelijk te maken worden verharders of "curing agents" gebruikt.

 

De plastics verantwoordelijk voor contactallergie zijn op de eerste plaats epoxy harsen, gevolgd door fenolformaldehyde harsen en acrylaten.

 

 

Epoxy harsen

 

Epoxy harsen zijn thermosetting harsen die gevormd worden door condensatie.  Ze hebben allen epoxide groepen gemeenschappelijk.  Het meest voorkomende epoxy hars is het condensatie-product tussen bisfenol A en epichloorhydrine, nl. diglycidyl ether van bisfenol A resin (DGEBPA-resin).  Het moleculair gewicht hiervan varieert van 340 tot meer dan 10000.  Hoe hoger het moleculair gewicht, hoe groter de viscositeit.  Condensatie gebeurt met behulp van verharders en additieven.

 

De verharders zijn meestal amines of zure anhydriden.  Voorbeelden zijn: alifatische amines zoals ethyleendiamine, diethyleentriamine en triethyleentetramine; aromatische amines zoals diaminodifenylmethaan; cycloalifatische amines zoals isophorone diamine; zure anhydriden zoals maleinezuuranhydride.

 

Additieven worden toegevoegd om de flexibiliteit en viscositeit te veranderen, en om het eindproduct resistent te maken tegen hitte en UV-stralen.  De belangrijkste zijn de reactieve verdunners, namelijk de glycidyl ethers (butyl-, fenyl- en allylglycidyl ether) en de plastificeermiddelen, namelijk ftalaten.

 

Dermatitis door epoxy harsen

 

Zowel irritatie als contactallergie kan voorkomen (1).  Zeldzaam worden contacturticaria reacties gezien (2).  De belangrijkste oorzaak is het DGEBPA-resin met laag moleculair gewicht (MW < 500).  De afzonderlijke bestanddelen van het hars geven slechts zelden een contact-allergie: epichlorohydrine is wel sterk irriterend, maar veroorzaakt uitzonderlijk een contactallergisch eczeem.  Over het sensibiliserend karakter van bisfenol A bestaat er nog een controverse.  Soms zijn het de verharders of additieven die de dermatitis veroorzaken.  De verharders (3, 4) zijn sterke irritantia maar zwakke allergenen: contactallergie werd reeds beschreven op ethyleendiamine, triethyleentetramine, diethyleentriamine, dipropyleentriamine, tetraethyleenpentamine, trimethylhexamethyleendiamine, isophorone diamine, aminoethyl-piperazine en diaminodifenylmethaan (ook aanwezig in andere harsen).  Bij een contactallergie op de verharders wordt er tegelijkertijd ook vaak een positieve reactie gezien op DGEBPA-resin.

Reactieve verdunners zoals butyl-, fenyl- en allylglycidyl ether veroorzaken eerder irritatie- doch ook contactallergische reacties.

 

Ftalaten (diethyl-, dibutyl- en dioctylftalaat) zijn plastificeermiddelen in epoxyharsen, (ook in vinyl plastics, cellulose ester plastics, polyester harsen en acrylaat harsen).  Ze veroorzaken slechts zelden contactallergie (5).

 

Voorkomen en gebruik

 

Elektrische isolatie; lijmen, lak; verven voor plastiek, metaal, hout, keramische producten en tegels; tandheelkundige vullingen; bindmiddel in cement; afdichtingsmiddel; glasvezels; productie van brilmonturen en hoorapparaten; kleding (motorhelm, schoenen, drukken op textiel); medisch (dialysenaalden, pacemaker, uitwendige orthopedische prothesen, injectie-naalden gekoppeld aan insulinepomp).  Ook in bepaalde immersie-oliën voor microscopie.

 

Preventie

 

De behandeling bestaat uit het vermijden van contact.  Eventueel zal het noodzakelijk zijn om van beroep te veranderen.  Wat betreft handschoenen: epoxyharsen penetreren door rubberen, PVC en polyethyleen handschoenen.  4H-handschoenen of -vingerlingen en nitrile handschoenen kunnen een oplossing bieden.  Deze houden de epoxyharsen tegen, althans gedurende een beperkt aantal uren.

 

 


Acrylaten

 

Acrylaten vormen een grote groep die verder kan ingedeeld worden naargelang de structuur.  Acrylzuur vormt de gemeenschappelijke basis van alle acrylaten.  Een eerste groep zijn de monofunctionele acrylaten, de zgn. mono(meth)acrylaten.  Vervolgens zijn er de multifunctionele (meth)acrylaten; dit zijn di(meth)acrylaat esters van dialcoholen en tri- en tetra-acrylaatesters van polyalcoholen.  Tenslotte de prepolymeren: epoxy-, urethaan- en polyether-acrylaten.

 

Gebruikte additieven zijn: initiatoren (peroxiden, azo-verbindingen) en foto-initiatoren (benzo-fenonen), acceleratoren (dimethyl-p-toluidine), alsook inhibitoren (hydroquinone).

 

Dermatitis door acrylaten (6-8)

 

Zowel irritatie als contactallergie kan voorkomen.  Contacturticaria wordt slechts zelden gezien.  De overeenkomstige acrylaten zijn meer irriterend en allergiserend dan de methacrylaten.  Het irriterend en sensibiliserend karakter vermindert door toevoeging van een methylgroep.  Na volledige polymerisatie van de monofunctionele acrylaten tot polymeren treedt er geen contactallergie meer op.

 

Polyester- en polyether-acrylaten geven zelden aanleiding tot contactallergie.  Epoxy-acrylaten daarentegen zijn vrij sterke allergenen.  Alifatische urethaan-acrylaten zouden sterker sensibili-seren dan de overeenkomstige aromatische urethaan-acrylaten of alifatische urethaan-methacrylaten.

 

Kruisallergie tussen de verschillende (meth)acrylaten is mogelijk, maar niet op voorhand te voorspellen.  Zeldzaam zijn de toegevoegde additieven verantwoordelijk voor een contactallergie (o.a. peroxiden, hydroquinone, dimethyl-p-toluidine en benzofenonen).

 

Voorkomen en gebruik

 

Lijmen en verven; drukprocédé's (water- en olie-bestendig maken van papier); textiel; vensters (plexiglas); medisch (injectienaald gekoppeld aan een insulinepomp, botcement, TENS-apparaat, elektronenmicroscopie); prothesen (tandheelkunde, gehoorapparaten, brillen, lenzen, kunstnagels, nagelgels).  In cosmetica (haarspray, parfum, tandpasta): behalve in nagelcosmetica liggen ze zelden of nooit aan de basis van een contactallergie.

 


Veel gebruikte (meth)acrylaten en relatief frequente allergiserende (meth)acrylaten zijn:

 

-       Hydroxyethylmethacrylaat (HEMA) gebruikt in inkten, lijmen, lak, tandheelkundig materiaal, kunstnagels.

-       Hydroxyethylacrylaat (HEA) gebruikt in UV-polymeriseerbare inkten, lijmen (kleefpleisters), lakken, verven, kunstnagels.

-       Triethyleenglycoldimethacrylaat (TREGDMA) gebruikt in tandheelkundig materiaal, drukkersinkten en -platen, verven, e.d.

-       Ethyleenglycoldimethacrylaat (EGDMA) gebruikt in tandheelkundig materiaal, drukkers-inkten, kunstnagels, lijmen, e.d.

-       Bis-GMA (epoxy-acrylaat) gebruikt in UV-polymeriseerbare inkten, verven, vernissen, lijmen, tandheelkundig materiaal.

 

Preventie

 

De oorzakelijke allergenen moeten vermeden worden.  Acrylaten penetreren doorheen latex, PVC en nitrile handschoenen.  Eventueel kunnen 4H-handschoenen of -vingerlingen gebruikt worden.

 

Andere acrylaten

 

Acrylamide (9) kan irritatie ter hoogte van ogen en huid veroorzaken, perifere neuropathie met paresthesieën, ataxie en vermoeidheid.  Contactallergie komt zeldzaam voor doch werd beschreven.

 

Acrylonitrile (10) is irriterend maar slechts zelden sensibiliserend.

 

Cyanoacrylaten polymeriseren nagenoeg onmiddellijk bij contact met lucht.  Omwille van hun snelle en volledige “curing” worden ze onder andere gebruikt ter applicatie van kunstnagels en tandheelkundig materiaal.  Ze kunnen irritatie veroorzaken en in zeldzame gevallen contact-allergie.

 

 

Fenolformaldehyde harsen

 

Deze ontstaan door een condensatiereactie tussen een fenol en een aldehyde.  Wat de fenolen betreft: buiten fenol zelf worden cresol, resorcinol, p-tert-butylfenol, xylenol of bisfenol gebruikt.  Het gebruikte aldehyde is meestal formaldehyde, soms ook urea, melamine, furfuryl of Cashew nutshell oil.

 


Dermatitis door fenolformaldehyde harsen

 

Zowel irritatie als contactallergie kan voorkomen.  Fenol, formaldehyde, resorcinol, Cashew nutshell oil en furfuryl zijn allen irritantia.  p-Tert-butylfenol formaldehyde hars is een potent allergeen (aanwezig in de standaardreeks). Het is p-tert-butylfenol formaldehyde hars of bepaalde van zijn monomeren, nl. 2-methyl p-tert-butylphenol en 2,6-dimethylol p-tert-butylphenol (11) welke positieve reacties veroorzaken, en veel minder formaldehyde en p-tert-butylfenol afzonderlijk (12).  Kruisreacties treden op met p-tert-butylcatechol.  Simultane reacties worden gezien op perubalsem, hydroabietylalcohol en fenol formaldehyde hars (13).  Zeldzamere allergenen zijn: resorcinol, Cashew nutshell oil, fenol formaldehyde hars, melamine formaldehyde hars, urea formaldehyde hars.  Bij een contactallergie op deze twee laatste is er meestal ook een positieve test voor formaldehyde.

 

Voorkomen en gebruik

 

p-Tert-butylfenol formaldehyde hars wordt gebruikt in neopreenlijmen voor lederen artikelen (schoenen, horlogebandje, broeksriem), in lijmen voor hout, papier, metaal, plastics en rubber, in materiaal voor elektrische isolatie, in houtbewaarmiddelen en voor impregnatie van textiel en papier.  Fenol formaldehyde hars wordt gebruikt in neopreenlijmen voor lederen artikelen en in lijmen voor allerlei doeleinden.

 

Melamine formaldehyde hars wordt gebruikt als papier- en textiel finish (o.a. om het kreuk- en krimpvrij te maken).  Het is ook aanwezig in Cellamine®-gips.

 

Urea formaldehyde hars tenslotte wordt ook gebruikt  als textiel finish en in houtlijmen.

 

 

Andere plastics

 

Polyurethaan harsen

 

Deze ontstaan door een condensatiereactie tussen diisocyanaten en polyolen, met toevoeging van amine verharders (cfr. epoxy harsen).

 

Isocyanaten kunnen zowel toxische als allergische reacties veroorzaken (14).  Het betreft hier vooral respiratoire effecten, en in mindere mate huidproblemen.  Respiratoire effecten zijn de volgende: irritatie die zich uit onder vorm van hoest en heesheid, COPD met verminderde longfunctie en emfyseem bij chronische blootstelling, type I reactie met astmatische symptomen en allergische pneumonitis.  Ter hoogte van de huid komt er vooral irritatie voor en contact-urticaria.  Contactallergische reacties zijn uitzonderlijk, en als ze voorkomen, is dat eerder te wijten aan de amine verharders dan aan de isocyanaten (15).

De meest gebruikte isocyanaten zijn tolueen- (TDI) en difenylmethaan diisocyanaat (MDI).  Onderling kunnen kruisreacties voorkomen.  Kruisallergie is ook mogelijk met diaminodifenyl-methaan.

 


Polyvinyl harsen

 

Deze ontstaan door additie van monomeren tot een polymeer.  De monomeren kunnen zijn: vinylchloride, vinylacetaat, vinylalcohol, vinylideenalcohol.  De monomeren zelf veroorzaken geen contactallergie.  Contactallergie, hoewel zelden, is wel mogelijk op additieven: ftalaten, tricresyl- en difenylfosfaat, epoxy harsen, benzofenonen, resorcinol monobenzoaat, hydroquinone (monobenzylether) en peroxiden.

 

Polyvinyl harsen kunnen volgende verschijnselen veroorzaken: Raynaud fenomeen, scleroderma en osteolysis (= toxic vinyl disease).

 

Cellulose ester plastics, polyester-, polyethyleen-, polystyreen- en polypropyleenharsen.  Deze kunnen irritatie veroorzaken.  Contactallergie kan uitzonderlijk optreden op de additieven.

 

Silicone plastics

 

Contactallergie hierop is niet gekend.

 

 

Referenties

 

1.        Jolanki R et al.  Occupational dermatoses from epoxy resin compound.  Contact Dermatitis 1990, 23:172-183.

2.        Kanerva L et al.  Immediate and delayed allergy to diglycidyl ether bisphenol A epoxy resin.  Contact Dermatitis 1990, 23:252.

3.        Kanerva L et al.  Allergic contact dermatitis from epoxy resin hardeners.  Am. J. Contact Dermatitis 1991, 2:88-97.

4.        Enders F et al.  Ethylenediamine contact dermatitis.  Contact Dermatitis 1991, 25:266-267.

5.        Husain SL et al.  Dibutyl phtalate sensitivity.  Contact Dermatitis 1975, 1:395.

6.        Calnan CD.  Acrylates in industry.  Contact Dermatitis 1980, 6:53-54.

7.        Emmett EA.  Contact dermatitis from polyfunctional monomers.  Contact Dermatitis 1977, 3:245-248.

8.        Clemmensen S.  Sensitizing potential of 2-HEMA.  Contact Dermatitis 1985, 12:203-208.

9.        Dooms-Goossens A et al.  Contact allergy to acrylamide.  Contact Dermatitis 1991, 24:71-72.

10.    Bakker J.  Occupational contact dermatitis due to acrylonitrile.  Contact Dermatitis 1991, 24:50.

11.    Bruze M.  Contact sensitizers in resins based on phenol and formaldehyde.  Acta Dermatologica-Venereologica 1985, 119 (suppl.):1-83.

12.    Foussereau J et al.  Occupational eczema from p-tert-butylfenol formaldehyde resins: a review of the sensitizing resins.  Contact Dermatitis 1976, 2:254-258.

13.    Bruze M.  Simultaneous test reactions to phenol-formaldehyde resin and colophony, hydroabietyl alcohol and Balsam of Peru/perfume mixture.  Contact Dermatitis 1986, 14:119-120.

14.    Mowe G.  Health risks from isocyanates.  Contact Dermatitis 1980, 6:44-45.

15.    Estlander T et al.  Occupational dermatitis from exposure to polyurethane chemicals.  Contact Dermatitis 1992, 27:161-165.