PROTEIN CONTACT DERMATITIS

 

 

 

Samenvatting

 

Protein contact dermatitis wordt beschouwd als een gecombineerde onmiddellijke (type I) en laattijdige (type IV) allergie die zich uit onder de vorm van een chronisch eczeem, met acute opflakkeringen enkele minuten na contact met een oorzakelijk (proteïnehoudend) allergeen.  Epicutane (patch)testen zijn meestal negatief en de diagnose wordt enkel gesteld aan de hand van een scratch- of pricktest met dit allergeen.  Soms kunnen specifieke IgE antistoffen aangetoond worden in het bloed.

 

 

Inleiding

 

Aanvankelijk werden huidreacties op proteïnen, die voornamelijk (doch niet uitsluitend!) voorkomen bij personen met een atopische dermatitis (bij wie grote molecules doorheen de beschadigde huid kunnen penetreren), ondergebracht onder de termen "hybrid eczema" en "atopische contact dermatitis".  Later werd de meer algemene term van "protein contact dermatitis" geïntroduceerd (1).

 

 

Kliniek

 

Het betreft een chronisch eczeem, telkens opflakkerend onder de vorm van urticariële of vesiculeuze erupties eczeem na contact van de huid met proteïnehoudend materiaal.  Extracutane symptomen zoals gastro-intestinale klachten, angio-oedeem en jeuk of prikkeling in de mond kunnen voorkomen bij ingestie ervan.  Indien vluchtig kan dit ook allergische rhinoconjunctivitis en zelfs bronchiaal astma uitlokken.

De meeste reacties worden beroepshalve uitgelokt (koks, bakkers, veeartsen, ...) waardoor het meestal de handen (vingers), polsen en voorarmen zijn die aangetast worden.

 

 

De allergenen

 

De oorzakelijke proteïnen kunnen in 4 grote groepen onderverdeeld worden:

 

-       Fruit, groenten, kruiden en planten (vb. banaan, kiwi, ajuin, selder, paprika, dille, aardappel, chrysant, ...).

-       Dierlijke proteïnen (vb. amnionvocht, speeksel, kippenvlees, vis, ei, kaas, ...).

-       Granen (vb. tarwe, rogge, ...).

-       Enzymes (vb. alfa-amylase).

 

 


Diagnose

 

De diagnose wordt gesteld aan de hand van een prick- of scratchtest met het materiaal als zodanig.  De aflezing gebeurt na een 20-tal minuten en het verschijnen van een urticariële kwaddel wijst op een positieve test (een negatieve controle met fysiologisch serum en een positieve controle met histamine dienen eveneens uitgevoerd).  Soms kunnen specifieke IgE antistoffen in het serum teruggevonden worden.  Een laattijdige positieve reactie (na 1 à 2 dagen) kan een zeldzame keer waargenomen worden.

 

 

Differentiële diagnose

 

Contacturticariële reacties van het niet-immunologische type of onmiddellijke en laattijdige reacties (zowel irritatieve als allergische) op laag-moleculaire substanties kunnen niet altijd uitgesloten worden.

Ook opstoten van atopische dermatitis door contact met irritantia dienen gedifferentieerd te worden.  Wel dient de nadruk gelegd te worden op het feit dat een atopische constitutie een pre-disposerende factor is voor de ontwikkeling van een protein contact dermatitis.  Dit zou kunnen te wijten zijn, enerzijds aan een verhoogde capaciteit van atopici om specifieke IgE antistoffen te ontwikkelen, anderzijds aan de aanwezigheid van een beschadigde huidbarrière waardoor grote molecules gemakkelijker kunnen penetreren.  Bovendien zal de aanwezigheid van ontstekings-cellen en mediatoren in de huid de ontwikkeling van allergische reacties bevorderen.  Deze beide laatste factoren vormen ten andere de reden waarom niet-atopici, lijdend aan een vooraf-gaandelijke irritatie dermatitis, eveneens protein contact dermatitis kunnen ontwikkelen.

 

 

Referenties

 

1.    Janssens V, Morren M, Dooms-Goossens A, Degreef H.  Protein contact dermatitis: myth or reality?  British Journal of Dermatology 1995, 132:1-6.

2.    Morren MA, Janssens V, Dooms-Goossens A. et al.  Alfa-amylase, a flour additive: an important cause of protein contact dermatitis in bakers.  J. Am. Acad. Dermatol. 1993, 29:723-728.