De aard van de allergenen
dient gezocht te worden in het materiaal, eigen aan elke sport, het schoeisel
of de kledingattributen, en het gebruik van cosmetische of farmaceutische
producten.
De belangrijkste
contactallergenen betreffen:
- Rubberderivaten:
carbamaten, thiuram-, mercaptobenzothiazole en/of thiourea-derivaten in
sportschoenen (tennis- en loopschoenen), rubberlaarzen, kniebeschermers, kledij
en materiaal voor watersporten (bril, masker, pak, het handvat van een surfplank),
ballen (vb. squash), enz.
- Synthetische
harsen (monomeren en additieven): in handschoenen, schoenen, duikpakken; vb.
ook para-tertiair butylfenolformaldehyde harsen in lijmen voor
sportschoenen, alsook in kleefverbanden.
- Chroomzouten:
in lederen schoenen, laarzen (paardensport) en handschoenen.
- Nikkel:
in metalen kledingaccessoires (ritssluitingen, drukknopen, enz.).
- Ontsmettingsmiddelen:
zoals dodecyldiaminoethylglycine in zwembaden.
- Lokale
geneesmiddelen: anti-inflammatoire producten zoals bufexamac, etofenamaat,
ketoprofen, zelfs corticosteroïden; lokale anesthetica zoals benzocaïne;
rubefacientiae zoals salicylaten, nicotinaten, ...
- Cosmetica;
zonnefilters en andere inhoudsstoffen van zonbeschermende middelen;
ingrediënten (vb. bewaarmiddelen, vehicula) van massagelotions, enz.
- Planten
aanwezig in het milieu waar de sport beoefend wordt.
In de literatuur werden
sporadisch gevallen gemeld van contacturticaria bij sportlui.
Voorbeelden zijn:
- Gechloreerd
zwembadwater.
- Proteïnen
in latex (vb. natuurrubberen matrassen bij turners) - haren en speeksel van
dieren (vb. paard).
- Insecten,
rupsen, zeedieren.